Hoe maak ik een G-schema
Hoe maak ik een G-schema?
Het leven kent momenten waarop emoties ons overweldigen: een golf van angst voor een presentatie, een uitbarsting van boosheid in het verkeer, of een diep gevoel van somberheid dat maar niet wil zakken. Vaak lijken deze gevoelens ons zomaar te overkomen, alsof ze worden veroorzaakt door de gebeurtenissen om ons heen. Maar wat als er een krachtig, eenvoudig hulpmiddel bestaat om meer inzicht en regie te krijgen over deze emotionele reacties? Dat hulpmiddel is het G-schema.
Een G-schema, ook wel bekend als het Gebeurtenis-Gevoel-Gedachte-Gedrag Gevolg-schema, is een gestructureerde methode uit de cognitieve gedragstherapie. Het helpt je om de vaak automatische keten tussen wat er gebeurt, wat je denkt, wat je voelt en wat je doet, zichtbaar te maken en te ontrafelen. De kern van dit model is het revolutionaire inzicht dat niet de gebeurtenissen zelf, maar onze interpretatie van die gebeurtenissen – onze gedachten – bepalend zijn voor onze gevoelens en ons gedrag.
In dit artikel ga je stap voor stap leren hoe je je eigen G-schema opstelt. We beginnen bij de concrete gebeurtenis en werken systematisch af naar het gevolg, waarbij we vooral stilstaan bij de cruciale schakel: de vaak onbewuste gedachten die je emoties aansturen. Door deze op papier te zetten, creëer je ruimte om ze kritisch te onderzoeken en, waar nodig, te vervangen door helpender gedachten. Het resultaat is niet dat onaangename emoties verdwijnen, maar wel dat je er beter mee om kunt gaan en er minder door wordt geleefd.
Stap voor stap: de vijf kolommen van het G-schema invullen
Kolom 1: De situatie
Beschrijf hier de feitelijke, objectieve gebeurtenis. Wat is er precies gebeurd? Stel je voor dat een camera alles heeft vastgelegd; alleen dat komt in deze kolom. Vermijd interpretaties, gevoelens of meningen. Voorbeeld: "Mijn collega zei tijdens de vergadering: 'Ik heb jouw cijfers nog niet ontvangen.'"
Kolom 2: Gedachten
Noteer alle automatische gedachten en interpretaties die bij je opkwamen over de situatie. Wat zei je tegen jezelf? Dit kunnen vragen, aannames of overtuigingen zijn. Voorbeeld: "Hij denkt dat ik mijn werk niet op tijd afkrijg. Hij vindt me onbetrouwbaar. Dit betekent dat ik falen."
Kolom 3: Gevoelens
Identificeer de emoties die werden opgeroepen door je gedachten (kolom 2), niet direct door de situatie zelf (kolom 1). Wees specifiek en gebruik gevoelswoorden zoals 'boos', 'bedroefd', 'bang' of 'geschrokken'. Geef ook een cijfer voor de intensiteit (0-100%). Voorbeeld: "Gefrustreerd (80%), onzeker (70%), angstig (60%)."
Kolom 4: Gedrag
Beschrijf wat je daadwerkelijk deed of wilde doen als gevolg van je gevoelens. Welke actie ondernam je? Dit kan zowel extern gedrag (wat je deed) als intern gedrag (wat je dacht of voelde) zijn. Voorbeeld: "Ik reageerde kortaf: 'Je had er om moeten vragen.' Ik trok me de rest van de vergadering terug en zei niets meer."
Kolom 5: Gevolg (en alternatief)
Analyseer het resultaat van je gedrag. Hoe eindigde de situatie? Voelde je je beter of slechter? Vervolgens bedenk je een helpende, realistische gedachte voor kolom 2. Welk ander perspectief is mogelijk? Voorbeeld (Gevolg): "De sfeer werd gespannen. Ik bleef me uren slecht voelen." Voorbeeld (Alternatieve gedachte): "Het was een feitelijke mededeling. Misschien wacht hij gewoon op mijn input om verder te kunnen. Ik kan hem de cijfers nu sturen."
Voorbeelden en valkuilen bij het vinden van helpende gedachten
Het omzetten van belemmerende naar helpende gedachten is een kernvaardigheid. Hieronder staan concrete voorbeelden per veelvoorkomende gedachtecategorie, gevolgd door veelgemaakte fouten.
Voorbeeld 1: Catastroferen
Belemmerend: "Als mijn presentatie niet perfect gaat, is mijn carrière voorbij."
Helpend: "Een presentatie hoeft niet perfect te zijn om effectief te zijn. Het is een kans om te leren en mijn boodschap over te brengen. Mijn waarde wordt niet door één moment bepaald."
Voorbeeld 2: Zwart-wit denken
Belemmerend: "Ik heb de vergadering niet goed geleid, dus ik ben een slechte manager."
Helpend: "Eén vergadering die minder soepel verliep, maakt me niet meteen tot een slechte manager. Ik kan specifieke punten identificeren om te verbeteren voor de volgende keer."
Voorbeeld 3: Gedachten lezen
Belemmerend: "Mijn collega groette me niet, hij vindt me vast niet competent."
Helpend: "Ik weet niet wat de reden is dat hij me niet groette. Hij had haast, was in gedachten verzonken, of heeft me simpelweg niet gezien. Het zegt niets over zijn oordeel over mijn werk."
Valkuil 1: De helpende gedachte is ongeloofwaardig
Een gedachte als "Het maakt helemaal niets uit" bij een belangrijk sollicitatiegesprek voelt niet waar. Een betere gedachte is: "Dit gesprek is belangrijk, en ik heb me goed voorbereid. Ik kan mijn kwaliteiten laten zien, ongeacht de uiteindelijke uitkomst."
Valkuil 2: Het blijft bij algemeen positivisme
Gedachten als "Het komt wel goed" of "Denk gewoon positief" zijn te vaag. Een helpende gedachte moet specifiek en op feiten gebaseerd zijn, zoals: "Ik heb eerder vergelijkbare uitdagingen overwonnen door een plan te maken en stap voor stap te werken."
Valkuil 3: Jezelf de schuld geven voor de belemmerende gedachte
Het is contraproductief om te denken: "Ik mag niet zo negatief denken, wat ben ik zwak." Erkennen dat de belemmerende gedachte er is, zonder erin mee te gaan, is cruciaal. Zeg tegen jezelf: "Die gedachte is er, maar hij is niet nuttig. Welk realistischer perspectief kan ik innemen?"
Valkuil 4: De helpende gedachte overslaan naar actie
Soms springen mensen van "Ik kan dit niet" meteen naar "Dus ik moet het maar doen". De tussenstap van een helpende gedachte ontbreekt, zoals: "Dit voelt overweldigend, maar ik kan het opdelen in kleine, beheersbare stappen. De eerste stap is..."
Een effectieve helpende gedachte is realistisch, persoonlijk relevant en geloofwaardig voor jou. Het is geen magische spreuk, maar een bewust gekozen, evenwichtiger perspectief dat ruimte maakt voor constructieve actie.
Veelgestelde vragen:
Wat is een G-schema precies en waarvoor dient het?
Een G-schema is een visueel hulpmiddel dat wordt gebruikt in cognitieve gedragstherapie. Het helpt om vervelende gevoelens en emotionele reacties beter te begrijpen door ze op te delen in vier delen: de Gebeurtenis, je Gedachten over die gebeurtenis, het Gevoel dat daaruit volgt en je Gedrag. Het doel is om inzicht te krijgen in hoe je gedachten over een situatie je gevoelens en acties beïnvloeden. Door dit op te schrijven, kun je negatieve gedachtepatronen herkennen en uitdagen.
Hoe vul ik het vakje 'Gedachten' in? Ik vind dat lastig.
Dat is een veelgehoorde moeilijkheid. Het gaat niet om een feitelijke beschrijving, maar om de interpretatie in je hoofd. Vraag je af: "Wat ging er op dat moment door me heen?" of "Wat betekende deze gebeurtenis voor mij?". Schrijf op wat je tegen jezelf zei, zoals "Nu ben ik het helemaal verpest" of "Zij vindt mij vast niet competent". Het kunnen ook vragen of beelden zijn. Alles wat er in je opkwam na de gebeurtenis hoort in dit vak.
Werkt een G-schema ook voor ergernissen op het werk, zoals een vervelende opmerking van een collega?
Zeker. Stel de gebeurtenis is: "Mijn collega zei tijdens een vergadering: 'Dat had ik sneller gedaan'." Je gedachte kan zijn: "Hij vindt mij een slome werknemer en wil mij onderuit halen." Het gevoel is dan waarschijnlijk boosheid en frustratie. Je gedrag kan zijn: "Ik reageer sarcastisch terug of ik trek me de rest van de dag terug." Het schema maakt dan duidelijk dat niet de opmerking zelf, maar jouw interpretatie ervan de boosheid veroorzaakt. Je kunt dan onderzoeken of er ook andere, minder bedreigende verklaringen zijn.
Ik heb mijn G-schema ingevuld. Wat moet ik nu doen met die negatieve gedachte?
Nu begint het nuttige werk: het toetsen van de gedachte. Bekijk je gedachte als een hypothese, niet als een feit. Stel jezelf vragen zoals: "Welk bewijs heb ik voor deze gedachte? Is er ook bewijs tegen? Hoe zou een vriend of collega naar de situatie kijken? Is er een andere, meer realistische verklaring?" Het doel is niet om jezelf met positieve gedachten op te vrolijken, maar om een evenwichtige, accurate gedachte te formulieren. Deze nieuwe, helpende gedachte noteer je vaak in een vijfde vak. Dit proces vermindert de kracht van de oorspronkelijke negatieve gedachte.
Vergelijkbare artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Wat zijn de nadelen van de schematheorie
- Wat is het verschil tussen modus en schema
- Wat als schematherapie niet helpt
- Wat zijn de schemas van een narcist
- Zijn vaste schemas goed voor mensen met ADHD
- Waarom duurt schematherapie zo lang
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

