Kun je zowel ADHD als autisme hebben
Kun je zowel ADHD als autisme hebben?
De vraag of iemand tegelijkertijd de diagnose aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD) en autismespectrumstoornis (ASS) kan hebben, was lang onderwerp van discussie in de psychiatrie. Historisch gezien sloot de diagnostische regelgeving het stellen van beide diagnoses vaak uit. Dit kwam niet omdat de verschijnselen niet samen voorkwamen – integendeel – maar vanwege strikte classificatiesystemen. Deze situatie is fundamenteel veranderd.
In de huidige diagnostische handboeken, zoals de DSM-5, is die belemmering verdwenen. Het is nu expliciet toegestaan en erkend dat een persoon voldoet aan de criteria voor beide neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Deze wetenschappelijke erkenning reflecteert de klinische realiteit: een aanzienlijke groep mensen ervaart de kenmerken van zowel ADHD als autisme. Deze combinatie wordt vaak aangeduid met de term ‘dubbeldiagnose’ of comorbiditeit.
Het gelijktijdig voorkomen is geen zeldzaamheid. Onderzoek suggereert dat een meerderheid van de mensen met ASS ook aanzienlijke symptomen van ADHD vertoont, en omgekeerd komt ASS veel vaker voor bij mensen met ADHD dan in de algemene bevolking. De wisselwerking tussen de twee condities creëert een uniek en complex klinisch profiel. De uitdagingen op het gebied van aandacht, planning en impulsregulatie van ADHD vermengen zich met de verschillen in sociale communicatie, informatieverwerking en behoefte aan voorspelbaarheid die bij autisme horen.
Het begrijpen van deze overlap is cruciaal voor een accurate diagnose, erkenning van de volledige ervaring van het individu, en vooral voor het opstellen van een effectief en op maat gesneden ondersteuningsplan. In deze artikel duiken we dieper in de kenmerken, diagnostische overwegingen en implicaties van het hebben van zowel ADHD als autisme.
Hoe herken je de verschillen en overeenkomsten in dagelijkse symptomen?
Het onderscheid en de overlap zien bij ADHD en autisme (ASS) vraagt om een nauwkeurige blik op de onderliggende motivatie of behoefte achter het gedrag. Beide hebben vaak uiterlijke gelijkenissen, maar de oorzaak verschilt.
Op het gebied van aandacht zijn verschillen duidelijk. Iemand met ADHD heeft een aandachtsstoornis; de focus is vluchtig en wordt sterk gestuurd door externe prikkels (nieuw, spannend, urgent). Werk wordt uitgesteld en snel afgeleid zijn is kernmerk. Bij autisme gaat het meer om een aandachtstekort door overprikkeling of een te intense, smalle focus op een eigen interesse. De aandacht kan juist extreem vastgehouden worden, maar het switchen tussen taken is moeilijk.
Sociale interactie verloopt bij beide vaak moeizaam, maar uit zich anders. Bij ADHD domineert impulsiviteit: door woorden heen praten, moeite hebben op je beurt wachten en sociale cues missen door onrust. De intentie is vaak wel sociaal contact. Bij autisme ligt de uitdaging meer in het niet intuïtief begrijpen van sociale regels, non-verbale signalen en het onderhouden van wederkerigheid. Contact kan als vermoeiend worden ervaren, en er is een sterke behoefte aan voorspelbaarheid in interacties.
Routine en structuur vormen een belangrijk contrast. Voor veel mensen met autisme zijn voorspelbare routines en rituelen essentieel om angst te verminderen en overzicht te houden. Afwijkingen kunnen heftige stress veroorzaken. Bij ADHD worden rigide routines vaak als beklemmend ervaren; er is behoefte aan afwisseling en nieuwigheid. Structuur is weliswaar heilzaam, maar het volhouden ervan is juist het probleem door gebrek aan uitvoerende functies.
Overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels is een grote overeenkomst. Harde geluiden, fel licht of bepaalde texturen kunnen bij beide als ondraaglijk worden ervaren. Het verschil zit vaak in de reactie. Bij autisme kan de prikkel direct tot overweldiging en een shutdown of meltdown leiden. Bij ADHD kan de prikkel vooral leiden tot extra onrust, irritatie en een verergering van de concentratieproblemen.
De overlap is het duidelijkst in de uitvoerende functies: plannen, organiseren, emotieregulatie en werkgeheugen zijn bij beide vaak verzwakt. Dit uit zich in chaos, uitstelgedrag en emotionele uitbarstingen. Deze gelijkenis maakt het onderscheid in de praktijk complex en benadrukt waarom een grondige diagnostische evaluatie door een specialist noodzakelijk is.
Welke stappen zijn nodig voor een goede diagnose en ondersteuning?
Het diagnosticeren van een dubbele diagnose ADHD en autisme (ASS) vraagt om een zorgvuldige, multidisciplinaire aanpak, gezien de overlappende en soms tegenstrijdige symptomen.
De eerste stap is het herkennen van complexe klachten. Dit zijn vaak aanhoudende problemen op meerdere levensgebieden, zoals werk, relaties en dagelijks functioneren. Signalen kunnen zijn: extreme moeite met planning en concentratie (ADHD) gecombineerd met intense behoefte aan routine en problemen in sociale interactie (ASS).
Vervolgens is een verwijzing naar gespecialiseerde zorg essentieel. De huisarts verwijst door naar een psychiater of gespecialiseerd psycholoog met expertise in neurodevelopmental aandoeningen bij volwassenen, of naar een team binnen de GGZ.
De kern van het proces is een uitgebreid diagnostisch onderzoek. Dit omvat meerdere gesprekken met de patiënt, een ontwikkelingsanamnese (vaak met behulp van informatie van ouders of naasten), en gestandaardiseerde vragenlijsten. Het doel is om een gedetailleerd levensbeeld te vormen van de kindertijd tot nu.
Differentiaaldiagnose is hierbij cruciaal. De specialist moet nauwkeurig analyseren welke kenmerken bij ADHD horen, welke bij ASS, en waar ze elkaar versterken of maskeren. Andere aandoeningen zoals angststoornissen worden ook uitgesloten.
Na de diagnose volgt het gezamenlijk opstellen van een behandel- en ondersteuningsplan. Dit plan is altijd maatwerk en kan bestaan uit psycho-educatie, medicatie (vaak eerst voor ADHD-symptomen), en gespecialiseerde therapie zoals cognitieve gedragstherapie of vaardigheidstrainingen (bijv. op het gebied van executieve functies of sociale vaardigheden).
Tot slot is monitoring en bijstelling van het plan een doorlopende stap. Wat werkt, kan in de loop van de tijd veranderen. Regelmatige evaluatie met de behandelaar zorgt ervoor dat de ondersteuning aansluit bij de actuele behoeften en levensfase.
Veelgestelde vragen:
Is de combinatie ADHD en autisme officieel erkend, en hoe wordt die vastgesteld?
Ja, het hebben van zowel ADHD als een autismespectrumstoornis (ASS) is officieel erkend. Sinds 2013 staat in de DSM-5, het handboek voor diagnostiek, dat deze diagnoses samen gesteld mogen worden. Vroeger was dit vaak niet het geval. De vaststelling is een zorgvuldig proces, omdat de symptomen elkaar kunnen overlappen en soms maskeren. Een specialist kijkt naar de kern van de problemen. Bij autisme gaat het vaak om hardnekkige moeilijkheden in sociale communicatie en repetitieve patronen in gedrag of interesses. Bij ADHD staan aanhoudende patronen van onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit centraal. De arts moet dus beoordelen of beide sets van kernproblemen duidelijk aanwezig zijn. Dit vraagt veel ervaring en gebeurt vaak door een team, zoals een psychiater of gz-psycholoog, met informatie uit gesprekken, vragenlijsten en soms verslagen van school of werk.
Hoe uit de combinatie ADHD en autisme zich in het dagelijks leven?
De combinatie kan zich op unieke en soms tegenstrijdige manieren uiten. Iemand kan bijvoorbeeld een sterke behoefte hebben aan voorspelbaarheid en routine (een kenmerk van autisme), maar tegelijkertijd enorme innerlijke onrust en impulsiviteit ervaren (kenmerkend voor ADHD). Dit kan leiden tot spanning: het verlangen naar planning botst met moeite om te plannen en vol te houden. Sociaal contact kan extra complex zijn door moeite met het inschatten van sociale regels (autisme), gecombineerd met praten zonder erbij na te denken of moeite hebben om op je beurt te wachten (ADHD). Op school of werk kan iemand zich sterk focussen op een specifieke interesse (autisme), maar voor andere taken extreem snel afgeleid zijn (ADHD). Het is geen optelsom, maar een eigen dynamiek die per persoon verschilt.
Zijn er specifieke behandelingen voor mensen met beide diagnoses?
Er is geen standaardbehandeling voor de gecombineerde diagnose. De aanpak is meestal op maat, gericht op de meest belastende klachten. Vaak begint men met psycho-educatie: uitleg over hoe ADHD en autisme samenwerken in jouw leven. Medicatie, zoals methylfenidaat voor ADHD, kan soms helpen de onrust en impulsiviteit te verminderen, wat ruimte kan creëren om met autisme-gerelateerde uitdagingen te werken. Let wel: medicatie behandelt de ADHD-symptomen, niet het autisme. Daarnaast zijn vormen van therapie belangrijk. Cognitieve gedragstherapie kan helpen bij het omgaan met emoties en het aanleren van praktische vaardigheden. Ook kan training in sociale vaardigheden of ondersteuning bij planning en structuur worden ingezet. De sleutel is dat behandelaars kennis hebben van beide voorwaarden en begrijpen hoe ze op elkaar inwerken.
Vergelijkbare artikelen
- Kan je autisme hebben en sociaal zijn
- Kan je ADHD en autisme samen hebben
- Kun je autisme en ADHD tegelijk hebben
- Waar hebben mensen met autisme moeite mee
- Kun je autisme hebben zonder een verstandelijke beperking
- Kan je autisme en ADHD tegelijk hebben
- Executieve disfunctie bij zowel ADHD als autisme
- Hoe studeren met autisme
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

