Voor welke clinten is EMDR niet geschikt

Voor welke clinten is EMDR niet geschikt

Voor welke cliënten is EMDR niet geschikt?



Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) is een krachtige en bewezen effectieve therapievorm voor de verwerking van traumatische herinneringen. De methode, waarbij de cliënt wordt gevraagd de beladen herinnering actief op te roepen terwijl er een afleidende stimulus (meestal oogbewegingen) wordt aangeboden, heeft echter een intensief effect op het zenuwstelsel. Dit betekent dat het niet voor iedereen een geschikte of veilige eerste keuze is.



De geschiktheid van EMDR hangt sterk af van de psychische stabiliteit en de emotionele draagkracht van de cliënt op het moment van behandeling. Wanneer iemand zich in een acute crisis bevindt, bijvoorbeeld door een recent verlies, ernstige levensstress of actieve suïcidaliteit, kan het oproepen van trauma de situatie destabiliseren in plaats van verbeteren. Eerst dient dan gewerkt te worden aan stabilisatie en veiligheid.



Bepaande psychiatrische aandoeningen vragen om een aangepaste aanpak. Bij cliënten met een psychotische stoornis of een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) kan de intensiteit van EMDR het risico verhogen op toename van psychotische symptomen of ernstige dissociatie. Een zeer zorgvuldige diagnostiek en eventueel aangepaste protocollen zijn hier absoluut noodzakelijk, en behandeling vindt vaak plaats door een specialist.



Ook bij cliënten met bepaalde complexe comorbiditeit, zoals ernstige persoonlijkheidsproblematiek, een actieve verslavingsproblematiek of ernstige cognitieve beperkingen, moet de inzet van EMDR zorgvuldig worden overwogen. Het ontbreken van voldoende emotionele regulatievaardigheden of een veilige therapeutische relatie kan ervoor zorgen dat de cliënt overweldigd raakt door de opgeroepen emoties en beelden.



Een grondige screening en een gedegen therapeutische voorbereiding zijn daarom onmisbare stappen vóór de start van EMDR. Het doel is altijd om de behandeling zo veilig en effectief mogelijk te laten zijn, en voor sommige cliënten betekent dit dat eerst andere vormen van therapie nodig zijn om aan de voorwaarden voor EMDR te voldoen.



Cliënten met specifieke psychiatrische aandoeningen en neurologische beperkingen



Cliënten met specifieke psychiatrische aandoeningen en neurologische beperkingen



EMDR is niet een eerste-keuze interventie bij alle psychiatrische aandoeningen. Voor cliënten met een actieve psychose of waanstoornis is de methode vaak gecontra-indiceerd. De intensieve aandacht voor interne ervaringen kan de psychotische symptomen versterken of destabiliserend werken. Stabilisatie en medicamenteuze behandeling hebben hier prioriteit.



Bij ernstige dissociatieve stoornissen, zoals Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS), is grote voorzichtigheid geboden. Standaard EMDR kan dissociatie verergeren zonder aangepast protocol. Specialistische varianten, zoals het werken met 'fasegerichte traumabehandeling', waarbij EMDR pas in een latere stabilisatiefase wordt overwogen, zijn essentieel.



Ook bij niet-gestabiliseerde borderline persoonlijkheidsstoornis kan klassieke EMDR risicovol zijn. De emotionele ontregeling die de procedure kan uitlokken, is vaak niet goed hanteerbaar. Eerst moet gewerkt worden aan emotieregulatie, distress tolerance en een sterke therapeutische alliantie.



Neurologische beperkingen vragen om een aangepaste benadering. Bij cliënten met epilepsie, vooral als deze lichtgevoelig is, dient men uiterst voorzichtig te zijn met de oogbewegingen. Het ritmische stimulus kan in zeldzame gevallen een aanval uitlokken. Auditieve of tactiele bilaterale stimulatie zijn dan veiligere alternatieven.



Bij ernstige cognitieve beperkingen of dementie is het verwerken van complexe traumatische herinneringen via standaard EMDR vaak niet haalbaar. De vereiste cognitieve flexibiliteit en het werkgeheugen zijn mogelijk onvoldoende aanwezig. Behandeling richt zich dan meer op het creëren van veiligheid in het hier-en-nu.



Een grondige diagnostische evaluatie door een ervaren clinicus is daarom cruciaal alvorens tot EMDR over te gaan. De aanwezigheid van deze aandoeningen sluit behandeling niet altijd uit, maar vereist gespecialiseerde aanpassingen, extra stabilisatiefasen en een zorgvuldige risico-inschatting.



Cliënten in onstabiele levensomstandigheden en zonder voldoende mentale hulpbronnen



EMDR vereist dat een cliënt voldoende mentale veerkracht en een zekere mate van levensstabiliteit heeft om de intensiteit van de therapie te kunnen hanteren. Voor personen bij wie dit fundament ontbreekt, is EMDR vaak niet de eerste aangewezen interventie.



Onder onstabiele levensomstandigheden vallen acute crises zoals een dreigend huisuitzetting, actueel huiselijk geweld, ernstige financiële nood, verslavingsproblematiek in de acute fase of het ontbreken van een veilige woonomgeving. In zulke situaties is de eerste prioriteit het creëren van veiligheid en stabiliteit, niet het oproepen van traumatische herinneringen.



Even cruciaal zijn de interne hulpbronnen. Een cliënt moet in staat zijn om, na een emotioneel belastende therapiesessie, terug te keren naar een zekere basis van rust. Bij gebrek aan voldoende copingvaardigheden, een steunend sociaal netwerk of het vermogen tot emotieregulatie, kan EMDR overweldigend worden. Het risico op emotionele overbelasting en decompensatie is dan reëel.



De behandeling start daarom vaak met een stabilisatiefase (vaak 'fase 1' in traumabehandeling). Hierin wordt gewerkt aan het vergroten van mentale hulpbronnen, het aanleren van grounding-technieken en het verbeteren van de dagelijkse leefomstandigheden. Pas wanneer deze basis stevig genoeg is, kan overwogen worden om eventueel met EMDR te starten.



Veelgestelde vragen:



Ik heb een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS). Waarom wordt EMDR vaak afgeraden of met extreme voorzichtigheid toegepast bij mensen zoals ik?



EMDR-therapie richt zich op het verwerken van specifieke, herinnerde traumatische gebeurtenissen. Bij een dissociatieve identiteitsstoornis is de persoonlijkheidsstructuur fundamenteel anders; herinneringen zijn vaak niet goed geïntegreerd en kunnen over verschillende identiteitstoestanden verdeeld zijn. Standaard EMDR kan daardoor destabiliserend werken. Het risico bestaat dat het trauma niet als geheel wordt verwerkt, maar dat de behandeling juist meer dissociatie oproept of dat er sterke wisselingen tussen identiteitstoestanden ontstaan. Specialistische behandelingen voor DIS richten zich eerst op stabilisatie, het versterken van de samenwerking tussen delen en het creëren van veiligheid. Pas in een zeer laat stadium, en alleen door een therapeut met expertise in zowel DIS als EMDR, kan eventueel een aangepaste vorm worden overwogen, waarbij altijd de stabiliteit van de cliënt voorop staat.



Mijn partner heeft een recent hartinfarct gehad. Zijn huisarts raadde af om nu met EMDR te starten voor een oude trauma. Waarom is dat?



Die terughoudendheid is begrijpelijk en medisch onderbouwd. EMDR kan, vooral in de beginfase, een intense emotionele en fysiologische reactie uitlokken. Het lichaam reageert soms alsof de stressvolle gebeurtenis opnieuw plaatsvindt: de hartslag kan stijgen, de ademhaling versnelt en er komt een golf van stresshormonen vrij. Voor iemand die herstellende is van een hartinfarct, brengt deze plotselinge extra belasting van het cardiovasculaire systeem reële risico's met zich mee. Het is daarom gebruikelijk om te wachten tot de lichamelijke gezondheid volledig is gestabiliseerd, vaak in overleg met een cardioloog. De huisarts zal waarschijnlijk eerst de fysieke gezondheid voorop stellen. Een alternatief kan zijn om in de tussentijd te werken aan stabiliserende en grondingstechnieken, zonder het trauma zelf actief te verwerken.



Mijn dochter is psychotisch. Kan EMDR haar helpen met nare ervaringen die ze daardoor heeft opgedaan?



Nee, tijdens een actuele psychotische episode is EMDR gecontra-indiceerd. Tijdens psychose is het vermogen om onderscheid te maken tussen huidige realiteit en herinnerde beelden (of hallucinaties) verstoord. EMDR, dat vraagt om bewust contact met pijnlijke herinneringen, kan de psychose verergeren of de wanen en hallucinaties verder verwarren met het echte trauma. De behandeling richt zich daarom eerst op het verminderen van de psychotische symptomen met medicatie en ondersteunende therapie. Als iemand langdurig stabiel is zonder psychotische verschijnselen, kan met een gespecialiseerde behandelaar worden gekeken of een zeer zorgvuldige en aangepaste traumabehandeling mogelijk is. De focus ligt dan altijd eerst op het behouden van die stabiliteit.

Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen