Wat is atypische anorexia nervosa
Wat is atypische anorexia nervosa?
Wanneer men denkt aan anorexia nervosa, roept dat vaak een specifiek beeld op: een extreem mager persoon. De realiteit van eetstoornissen is echter complexer en diverser. Een aanzienlijke groep mensen kampt met alle kenmerkende psychologische en gedragsmatige symptomen van anorexia, maar zonder het ondergewicht dat in de diagnostische criteria staat. Dit wordt atypische anorexia nervosa genoemd, een officiële diagnose die valt onder de categorie 'Andere Gespecificeerde Voedings- of Eetstoornis' (OSFED).
Het cruciale onderscheidende kenmerk is het gewicht. Waar bij de 'typische' anorexia nervosa een persoon een significant laag gewicht heeft bereikt, kan iemand met de atypische vorm een gewicht hebben binnen de als normaal beschouwde range, of zelfs een hoger gewicht. Dit betekent geenszins dat de stoornis minder ernstig of gevaarlijk is. De intense angst om aan te komen, de verstoorde lichaamsbeleving, het rigoureuze beperken van de voedselinname en de obsessie met eten en gewicht zijn even aanwezig en invaliderend.
Deze diagnose erkent een essentieel feit: de psychologische kwelling en de fysieke risico's van ernstige voedselrestrictie zijn niet exclusief voorbehouden aan diegenen met ondergewicht. Mensen met atypische anorexia kunnen dezelfde medische complicaties ontwikkelen, zoals orthostatische hypotensie, elektrolytenstoornissen, maag-darmproblemen en hartritmestoornissen, als gevolg van ondervoeding. Het misverstand dat iemand niet 'ziek genoeg' kan zijn zonder extreem ondergewicht, leidt vaak tot gemiste diagnoses, onbegrip uit de omgeving en vertraging in het zoeken en krijgen van adequate hulp.
Hoe herken je atypische anorexia als iemand geen ondergewicht heeft?
Het kernkenmerk van atypische anorexia nervosa is dat alle symptomen van anorexia aanwezig zijn, behalve het ondergewicht. De persoon heeft een normaal gewicht of zelfs overgewicht, maar de gedachten, het gedrag en de angst zijn identiek. Herkenning vraagt daarom om een scherpe blik op de signalen die níét met de weegschaal te maken hebben.
Het meest zichtbaar is vaak extreem restrictief eetgedrag. Dit uit zich in het streng volgen van regels, zoals het schrappen van complete voedselgroepen (zoals koolhydraten of vetten), obsessief calorieën tellen, heel kleine porties nemen of maaltijden overslaan. Ritueel gedrag rond eten, zoals extreem langzaam eten of voedsel in heel kleine stukjes snijden, komt veel voor.
De psychologische preoccupatie met gewicht, lichaamsvorm en eten is intens. De persoon kan uren bezig zijn met denken over voedsel, plannen van maaltijden of het bekijken van recepten zonder ze te eten. Een verstoord lichaamsbeeld is centraal: men voelt zich 'dik' of 'onacceptabel' ongeacht het werkelijke gewicht en heeft een intense angst om aan te komen.
Ook compensatiegedrag is een belangrijk signaal. Dit kan bestaan uit dwangmatig en excessief sporten, vaak in het geheim of ondanks blessures of vermoeidheid. Andere vormen zijn het gebruik van laxeermiddelen, diuretica of braken, hoewel dit niet altijd aanwezig is.
Fysieke en sociale signalen zijn subtieler maar wel aanwezig. Men kan last hebben van constante kou, duizeligheid, haaruitval, vermoeidheid en menstruatiestoornissen (bij vrouwen). Sociaal isolement is gebruikelijk; sociale gelegenheden worden vermeden uit angst voor eten dat niet 'gecontroleerd' kan worden. Prikkelbaarheid, somberheid en concentratieproblemen zijn frequente mentale gevolgen.
Een cruciaal en vaak over het hoofd gezien signaal is een significant gewichtsverlies bij iemand die aanvankelijk een hoger gewicht had. Het gewicht kan nu 'normaal' zijn, maar het snelle of grote verlies, gecombineerd met het restrictieve gedrag, heeft vaak dezelfde medische risico's (zoals elektrolytstoornissen) als bij klassieke anorexia.
Welke behandelmethoden zijn beschikbaar voor dit subtype?
De behandeling van atypische anorexia nervosa volgt over het algemeen dezelfde evidence-based richtlijnen als voor 'typische' anorexia nervosa. De focus ligt op gewichtsherstel (indien onder het individuele gezonde gewicht), normalisatie van het eetgedrag en het aanpakken van de onderliggende psychologische problematiek. Een multidisciplinaire aanpak is de standaard.
Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is vaak de eerste keuze in de psychologische behandeling. CGT helpt om de disfunctionele gedachten over gewicht, lichaamsvorm en voedsel te identificeren en uit te dagen. Patiënten leren om hun eetpatroon te structureren en de angst voor gewichtstoename geleidelijk te verminderen.
Gezinstherapie, met name de Maudsley Family Therapy-methode (FBT), is zeer effectief, vooral bij jongere patiënten. Bij deze methode worden de ouders of verzorgers actief betrokken bij het ondersteunen van het herstel van het eetgedrag en gewicht, voordat de focus verschuift naar de ontwikkeling van de adolescent.
Medische monitoring is een cruciaal onderdeel van de behandeling. Ondanks een 'normaal' BMI kunnen patiënten met atypische anorexia ernstige medische complicaties ontwikkelen door snel gewichtsverlies of ondervoeding. Regelmatige controle van vitale functies, bloedwaarden en botdichtheid is essentieel.
Dieetadvies van een gespecialiseerd diëtist is onmisbaar. De diëtist helpt bij het opstellen van een gestructureerd maaltijdplan om tot een gezond gewicht en voedingsinname te komen, waarbij vaak gewerkt wordt aan het uitbreiden van toegestane voedingsmiddelen en het normaliseren van porties.
Vaak wordt aanvullende medicatie ingezet, niet om de eetstoornis zelf te genezen, maar om comorbide aandoeningen zoals depressie, angst of obsessief-compulsieve symptomen te behandelen, die het herstel kunnen belemmeren.
Een belangrijk aandachtspunt bij dit subtype is het valideren van de ernst van de ziekte. Behandelaars moeten benadrukken dat de medische en psychologische risico's reëel zijn, ongeacht het huidige gewicht. De behandeling richt zich daarom op het herstellen van het fysieke en mentale welzijn, niet enkel op een getal op de weegschaal.
Veelgestelde vragen:
Wat is het belangrijkste verschil tussen atypische anorexia en 'typische' anorexia nervosa?
Het kernverschil ligt in het gewicht. Bij atypische anorexia nervosa vertoont een persoon alle andere kenmerken van anorexia – zoals een intense angst om aan te komen, een verstoord lichaamsbeeld en extreem beperkend eetgedrag – maar zijn of haar gewicht blijft binnen of boven de normale gewichtsrange. Iemand met atypische anorexia kan dus een 'normaal' gewicht, overgewicht of zelfs obesitas hebben, terwijl hij of zij ernstig ondervoed kan raken door snel en veel gewichtsverlies. De medische en psychische risico's zijn even ernstig.
Hoe wordt atypische anorexia vastgesteld als het gewicht 'normaal' is?
De diagnose wordt gesteld door een gespecialiseerde hulpverlener, zoals een psychiater of GZ-psycholoog. Die kijkt niet alleen naar de weegschaal, maar beoordeelt het volledige beeld. Hij of zij onderzoekt het eetgedrag, de gedachten over voedsel en gewicht, de mate van gewichtsverlies en de lichamelijke en psychische gevolgen. Een bloedonderzoek kan tekorten of hormonale veranderingen aantonen. Het verhaal van de patiënt over snel gewichtsverlies, angst voor eten en het effect op het dagelijks leven is daarbij doorslaggevend.
Kan je ook lichamelijke schade oplopen bij atypische anorexia, ook al heb je geen ondergewicht?
Zeker. Ernstig lichamelijk letsel komt vaak voor. Snel gewichtsverlies, ongeacht het startpunt, kan leiden tot gevaarlijke hartritmestoornissen, een lage bloeddruk en een trage hartslag. Botontkalking, haaruitval, spierafbraak en het wegblijven van de menstruatie zijn andere veelvoorkomende gevolgen. Het lichaam raakt in een staat van uithongering, wat de organen belast. De lichamelijke complicaties zijn vergelijkbaar met die bij anorexia nervosa en moeten serieus genomen worden.
Waardoor wordt atypische anorexia vaak over het hoofd gezien?
De aandoening wordt gemist door vooroordelen over eetstoornissen. Omgeving en soms ook artsen zien iemand met een 'gemiddeld' gewicht en denken niet aan anorexia. Het snelle gewichtsverlies wordt soms zelfs eerst gezien als een 'succes'. Daardoor krijgt de persoon niet de erkenning of hulp die nodig is. Ook schaamte speelt een rol: patiënten voelen zich vaak niet 'ziek genoeg' om hulp te vragen, omdat ze niet voldoen aan het extreem magere beeld dat bij anorexia hoort.
Is de behandeling voor atypische anorexia anders?
De behandeling is in basis gelijk aan die voor anorexia nervosa. Het richt zich op herstel van gezond eetgedrag, gewichtsstabilisatie (soms gewichtstoename is nodig), en het aanpakken van de onderliggende psychische problemen zoals angst en een laag zelfbeeld. Cognitieve gedragstherapie is een veelgebruikte methode. Het verschil kan zitten in de focus: bij atypische anorexia kan meer aandacht nodig zijn voor het accepteren dat de ziekte ernstig is ondanks het gewicht, en voor het omgaan met reacties uit de omgeving die het probleem niet herkennen.
Vergelijkbare artikelen
- Welke organen raken beschadigd door anorexia
- Wat doet anorexia met je organen
- Waardoor geeft anorexia een tijdelijk gevoel van eigenwaarde
- Wat zijn de gevolgen van boulimia nervosa
- Hoeveel procent geneest van anorexia
- Wat doet anorexia met je hersenen
- Wat is het omgekeerde van anorexia
- Hoe heet anorexia bij mannen
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

