Wat kan er fout gaan bij EMDR

Wat kan er fout gaan bij EMDR

Wat kan er fout gaan bij EMDR?



Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) is een krachtige en wetenschappelijk onderbouwde therapie voor de verwerking van traumatische herinneringen. Bij veel cliënten leidt het tot aanzienlijke vermindering van klachten en een verbeterde kwaliteit van leven. Het succes ervan mag echter niet de indruk wekken dat het een risicoloos of mechanisch proces is. Zoals bij elke diepgaande psychologische interventie, zijn er potentiële valkuilen en complicaties waar zowel cliënt als therapeut zich bewust van moeten zijn.



De kern van EMDR ligt in het toegang krijgen tot en herconfigureren van pijnlijke, vaak slecht geïntegreerde herinneringen. Dit werk aan de fundamenten van iemands psychische ervaring brengt inherente risico's met zich mee. Wanneer het protocol niet zorgvuldig wordt gevolgd, de voorbereiding onvoldoende is of de therapeut niet adequaat is opgeleid, kunnen de effecten contraproductief worden. In plaats van desensitisatie kan er bijvoorbeeld een overweldigende toename van emotionele spanning optreden, waarbij de cliënt tijdelijk overspoeld raakt door de herinnering zonder dat er voldoende hulpbronnen zijn om dit te hanteren.



Een ander kritisch aandachtspunt is het risico op onvolledige verwerking. De therapie kan voortijdig worden afgebroken, bijvoorbeeld omdat de zichtbare distress afneemt, terwijl onderliggende associaties niet zijn aangepakt. Dit kan leiden tot een schijnbare verbetering die slechts tijdelijk is, of tot het ontstaan van nieuwe, onverwachte klachten. Bovendien kunnen er tijdens het proces sterke dissociatieve reacties optreden, waarbij de cliënt zich mentaal losmaakt van de ervaring. Zonder de juiste vaardigheden om dit te herkennen en te begeleiden, kan de therapeut hierin mee gaan, wat het therapeutisch proces kan stagneren of zelfs schaden.



Tot slot is de kwaliteit van de therapeutisch relatie en de expertise van de behandelaar een bepalende factor. EMDR is geen geautomatiseerde techniek die simpelweg wordt toegepast; het vereist klinische besluitvorming, flexibiliteit en een grondige kennis van traumatologie. Een verkeerde inschatting van de geschiktheid van de cliënt voor EMDR, het ontbreken van een veilig behandelplan of het onzorgvuldig werken met de 'cognitieve interweaves' (specifieke interventies om blokkades te doorbreken) kan het herstelproces vertragen of de oorspronkelijke klachten verergeren. Dit onderstreept het belang van gespecialiseerde opleiding en continue supervisie voor de behandelaar.



Onverwachte emotionele reacties tijdens of na een sessie



EMDR richt zich op het verwerken van herinneringen die vaak lang zijn vermeden. Het activeren van dit netwerk aan beelden, gedachten en lichamelijke sensaties kan soms een intense en onverwachte emotionele uitstorting veroorzaken. Dit is een bekend fenomeen binnen de therapie, maar kan voor de cliënt beangstigend aanvoelen.



Een reactie kan zich direct in de sessie manifesteren als een plotselinge golf van verdriet, woede of paniek die heviger is dan verwacht. Ook kan een cliënt zich tijdelijk overweldigd voelen en moeite hebben om terug te keren naar het hier en nu. Deze reacties zijn vaak een teken dat er belangrijk materiaal naar de oppervlakte komt.



Minstens zo vaak treden reacties na de sessie op. Het verwerkingsproces houdt niet abrupt op. Cliënten kunnen uren of zelfs dagen later nog sterke emoties ervaren, onverwachte dromen hebben, of zich prikkelbaar en vermoeid voelen. Soms komen er ook nieuwe of vergeten herinneringen boven die met het doelwit van de sessie verband houden.



Het is cruciaal dat deze mogelijkheid vooraf wordt besproken. Een goede therapeut legt uit dat dit bij het proces kan horen en geeft handvatten voor nazorg, zoals ontspanningsoefeningen of een dagboek bijhouden. Het niet kunnen beheersen van de reacties na afloop is een belangrijk signaal om met de therapeut te bespreken, zodat het behandel tempo kan worden aangepast.



Het vastlopen van de verwerking en hoe dit te herkennen



Het vastlopen van de verwerking en hoe dit te herkennen



Een essentieel doel van EMDR is het op gang brengen en voltooien van de adaptieve verwerking van herinneringen. Soms komt dit proces echter tot stilstand. Dit wordt 'vastlopen' genoemd en het is cruciaal dit tijdig te herkennen.



Het vastlopen uit zich in duidelijke signalen tijdens de sessie. De cliënt rapporteert dat het beeld, de gedachte of het gevoël niet verandert. De spanning (SUD) blijft steken op hetzelfde niveau, of schommelt slechts licht zonder echte daling. De negatieve cognitie (NC) voelt even sterk of zelfs sterker aan. Er is geen spontane stroom van associaties meer; de cliënt geeft aan dat zijn geest 'leeg' of 'blokkeert'.



Fysieke signalen zijn ook belangrijk. Een bevroren, gespannen lichaamshouding, diepe vermoeidheid of juist extreme agitatie kunnen wijzen op vastlopen. De oogbewegingen worden moeizaam of de cliënt stopt er volledig mee. Soms ontstaat er dissociatie: de cliënt lijkt afwezig, reageert vertraagd of is niet meer goed aanspreekbaar.



De oorzaak ligt vaak in onverwerkte lagen binnen het netwerk. Een angst voor de emotie zelf kan de blokkade vormen, evenals secundaire gains (onbewuste voordelen van het symptoom). Soms is er een onderliggende, nog niet geïdentificeerde herinnering die eerst aandacht nodig heeft. Technische factoren, zoals een te hoog of te laag tempo van de bilaterale stimulatie, kunnen ook een rol spelen.



Het herkennen ervan is de eerste stap. De therapeut moet alert zijn op de genoemde signalen en regelmatig expliciet vragen naar verandering in beeld, gevoel en spanning. Vastlopen is een normaal onderdeel van het proces, maar vereist een specifieke interventie om de verwerking weer vlot te trekken.



Veelgestelde vragen:









Vergelijkbare artikelen

Recente artikelen