Wat zijn de 5 traumagerichte werkwijzen
Wat zijn de 5 traumagerichte werkwijzen?
Het verwerken van een ingrijpende gebeurtenis vraagt om een specifieke en deskundige aanpak. Waar algemene therapievormen soms tekortschieten, bieden traumagerichte werkwijzen een gestructureerd en evidence-based pad naar herstel. Deze methoden zijn erop gericht de directe littekens van het trauma aan te pakken, in plaats van enkel te werken aan de latere symptomen zoals angst of depressie.
De kern van deze benaderingen ligt in het zorgvuldig toegankelijk maken en verwerken van de traumatische herinnering zelf. Dit betekent niet dat men slechts over de gebeurtenis praat; het gaat om het actief transformeren van hoe deze herinnering in het zenuwstelsel en geheugen is opgeslagen. Het doel is om de lading van de herinnering te verminderen, zodat deze niet langer een verstorende invloed heeft op het heden.
In de praktijk hebben zich vijf methoden bewezen als bijzonder effectief. Elk heeft een uniek theoretisch kader en specifieke technieken, maar ze delen een gemeenschappelijk principe: het creëren van veiligheid en controle voor de cliënt tijdens het verwerkingsproces. De keuze voor een bepaalde werkwijze is afhankelijk van de cliënt, het type trauma en persoonlijke voorkeur.
Hoe werken EMDR en Imaginaire Rescripting bij herbelevingen?
EMDR en Imaginaire Rescripting (ImRs) zijn beide krachtige, traumagerichte methoden die herbelevingen doelgericht aanpakken, maar via fundamenteel verschillende werkingsmechanismen. Een herbeleving is niet slechts een herinnering, maar een dissociatieve herhaling van het trauma waarbij het verleden in het heden wordt beleefd. Beide methoden doorbreken deze patroon, elk op hun eigen wijze.
EMDR werkt primair door het stimuleren van het natuurlijke verwerkingssysteem van de hersenen tijdens het ophalen van de traumatische herinnering. De cliënt houdt het meest beladen beeld van de herbeleving vast, samen met de negatieve overtuiging over zichzelf die daarmee gepaard gaat (bijvoorbeeld "Ik ben machteloos"). Tegelijkertijd volgt hij bilaterale stimulatie, meestal de hand van de therapeut of geluiden via een koptelefoon. Deze afleidende stimulus vermindert de levendigheid en emotionele lading van de herinnering. Het werkgeheugen wordt belast, waardoor de herbeleving haar intense, overweldigende karakter verliest. De herinnering wordt daardoor als het ware "op afstand" gezet en kan geïntegreerd worden in het normale autobiografische geheugen.
Imaginaire Rescripting daarentegen is een meer cognitief-gedragsmatige en experiëntiële interventie. De cliënt vertelt de herbeleving in de tegenwoordige tijd, alsof het nu gebeurt. Het cruciale verschil met EMDR is dat de therapeut de cliënt actief uitnodigt om het oorspronkelijke trauma-script te veranderen. Dit gebeurt in verschillende stappen: eerst wordt het trauma in detail beschreven, waarna de cliënt in de herbeleving wordt gebracht als zijn huidige, volwassen zelf of er wordt een krachtige beschermfiguur geïntroduceerd. Deze grijpt in, stopt het geweld, troost het kinddeel en voorziet in wat er toen nodig was maar ontbrak: veiligheid, bescherming, gerechtigheid.
Waar EMDR de herinnering vervaagt en desensitiseert, bouwt Imaginaire Rescripting actief nieuwe, krachtige herinneringen en ervaringen van meester-schap en veiligheid. Het verandert de betekenis van het trauma ("Ik werd vernederd en alleen gelaten" wordt "Ik heb het overleefd en geef mezelf nu de bescherming die ik verdiende"). De cliënt leert dat de machteloosheid van toen niet de machteloosheid van nu hoeft te zijn. De herbeleving verliest haar kracht omdat het oude script wordt overschreven door een nieuw, correctief emotioneel script.
Concluderend: EMDR werkt vooral door desensitisatie en natuurlijke integratie via belasting van het werkgeheugen, terwijl Imaginaire Rescripting werkt door actieve herstructurering en het creëren van een nieuwe, helende herinnering. Beide methoden zijn effectief in het doorbreken van de cyclus van herbelevingen, maar doen dit via een verschillend therapeutisch pad.
Wat doen CGT, NET en STAIR bij gedachten, herinneringen en vaardigheden?
Traumagerichte therapieën pakken de gevolgen van trauma op verschillende, complementaire manieren aan. CGT, NET en STAIR richten zich elk op specifieke aspecten: disfunctionele gedachten, gefragmenteerde herinneringen en tekortschietende vaardigheden.
Cognitieve Gedragstherapie (CGT) voor trauma richt zich primair op de gedachten en overtuigingen die door het trauma zijn ontstaan. Het helpt cliënten om negatieve en vaak onrealistische cognities (zoals "Het was mijn schuld" of "De wereld is onveilig") te identificeren en uit te dagen. Door exposure-oefeningen wordt ook gewerkt aan de emotionele lading van herinneringen, waardoor deze minder angstaanjagend worden. CGT leert concrete vaardigheden aan, zoals ontspanningstechnieken en het herstructureren van catastrofale gedachten, om met distress om te gaan.
Narrative Exposure Therapy (NET) werkt in de kern aan de herinneringen zelf. De methode helpt om de gefragmenteerde, levendige traumatische herinneringen chronologisch te ordenen tot een coherent levensverhaal. Dit proces van 'exposure' in een narratieve context vermindert de emotionele macht van de herinneringen en integreert ze in het autobiografische geheugen. Hierdoor veranderen ook de gedachten over het zelf (van slachtoffer naar overlever) en wordt het mogelijk om de feiten van het trauma te scheiden van de huidige realiteit.
STAIR/NST (Skills Training in Affective and Interpersonal Regulation) legt de nadruk op het aanleren van vaardigheden die door het trauma niet of onvoldoende zijn ontwikkeld. Het eerste deel (STAIR) traint emotieregulatievaardigheden en interpersoonlijke effectiviteit om huidig lijden te verminderen en stabiliteit te creëren. Dit geeft cliënten meer controle over hun gedachten en gevoelens. Pas daarna, in het NST-deel, wordt gewerkt aan de verwerking van de traumatische herinneringen, waarbij de nieuw verworven vaardigheden als buffer worden ingezet.
Samengevat: CGT herstructureert de betekenis die aan herinneringen wordt gegeven, NET herstructureert de chronologie en integratie van de herinneringen, en STAIR bouwt eerst de noodzakelijke vaardigheden op om de herinneringen veilig te kunnen verwerken.
Veelgestelde vragen:
Ik heb gehoord over EMDR bij trauma, maar wat zijn de andere belangrijke methoden en hoe werken ze?
Naast EMDR zijn er vier andere erkende traumagerichte werkwijzen. Cognitieve Gedragstherapie voor PTSS (CGt) richt zich op het veranderen van de angstige gedachten die met de herinnering verbonden zijn. Je onderzoekt met een therapeut hoe realistisch je gedachten zijn en gaat stap voor stap de herinnering in gedachten opnieuw beleven, zodat de lading ervan afneemt. Schrijftherapie (Schrijftherapie voor PTSS) is een gestructureerde methode waarbij je thuis over het trauma schrijft. Door het verhaal steeds opnieuw te beschrijven, krijg je meer afstand en controle over de herinneringen. Narratieve Exposure Therapie (NET) is vooral geschikt voor mensen met meerdere traumatische ervaringen, zoals vluchtelingen. Hierbij maak je een chronologisch levensverhaal waarin de traumatische gebeurtenissen worden geplaatst tussen de neutrale en positieve levensmomenten. Dit helpt om het trauma een plek in je levensgeschiedenis te geven, in plaats van dat het alles overheerst. Imaginaire Exposure (IE) tenslotte, lijkt op onderdelen van CGt, waarbij je onder begeleiding de herinnering gedetailleerd oproept en beschrijft tot de angst vermindert. Al deze methoden hebben als gemeenschappelijk doel de herinnering te verwerken, zodat deze niet langer zo levendig en verontrustend is.
Mijn kind heeft iets naars meegemaakt. Welke van deze methoden is meest geschikt voor kinderen en jongeren?
Voor kinderen en jongeren wordt Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie (TF-CGT) het meest gebruikt en onderzocht. Deze aanpak betrekt bijna altijd de ouders of verzorgers. Het werkt in fasen: eerst legt de therapeut uit wat trauma is en leert het kind vaardigheden om met angst om te gaan, zoals ontspanningsoefeningen. Daarna wordt het trauma voorzichtig verwerkt. Voor jonge kinderen gebeurt dit vaak via spel, tekenen of verhalen, terwijl oudere kinderen meer kunnen praten of schrijven. Een cruciaal onderdeel is de zogenaamde 'traumanarraat', waarin het kind samen met de therapeut het verhaal van de gebeurtenis maakt. Ouders leren hoe ze hun kind het beste kunnen steunen. EMDR wordt ook vaak en goed bij kinderen ingezet, soms in combinatie met spel-elementen. De keuze hangt af van het kind, de leeftijd en de voorkeur van de therapeut. Belangrijk is dat elke behandeling voor jeugdigen is aangepast aan hun ontwikkelingsniveau en veilig voelt.
Vergelijkbare artikelen
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in
- Wat zijn de 5 punten van traumagerichte zorg
- Wat zijn de 6 principes van traumagerichte zorg
- Wat is een voorbeeld van traumagerichte zorg
- Wat is de traumagerichte stabilisatietechniek
- Wat zijn de 5 stappen van traumagerichte zorg
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

