Wie mag EMDR uitvoeren
Wie mag EMDR uitvoeren?
Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) is een krachtige en wetenschappelijk onderbouwde psychotherapeutische methode voor de verwerking van traumatische herinneringen en andere belastende ervaringen. Vanwege de directe impact op het emotionele verwerkingssysteem van de cliënt, is het van het grootste belang dat de behandeling wordt uitgevoerd door daartoe gekwalificeerde en goed opgeleide professionals.
In Nederland is de uitvoering van EMDR strikt gereguleerd om de veiligheid en effectiviteit voor patiënten te waarborgen. De interventie mag primair worden toegepast door gedragswetenschappers die zijn ingeschreven in een daartoe aangewezen beroepsregister. Dit omvat in de eerste plaats GZ-psychologen, klinisch psychologen, psychotherapeuten en psychiaters die een erkende EMDR-opleiding hebben afgerond en zich houden aan de richtlijnen van hun beroepsvereniging, zoals het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) of de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).
Daarnaast kunnen ook basispsychologen en orthopedagogen-generalist onder supervisie van een erkend supervisor EMDR toepassen, mits zij eveneens de vereiste gespecialiseerde training hebben gevolgd. Het is essentieel dat de behandelaar niet alleen de techniek beheerst, maar ook over de diagnostische competenties beschikt om te bepalen of EMDR de geïndiceerde behandeling is en om eventuele risico's of contra-indicaties tijdig te herkennen.
De kern van verantwoorde EMDR-uitvoering ligt dus in een combinatie van formele autorisatie, gedegen opleiding en continue professionalisering. Cliënten wordt daarom aangeraden altijd actief te informeren naar de accreditering en EMDR-opleidingsstatus van hun behandelaar, om ervoor te zorgen dat zij in deskundige handen zijn.
Vereiste basiskwalificaties en registraties voor behandelaars
EMDR is een krachtige, evidence-based methode voor de behandeling van trauma en aanverwante klachten. Om de veiligheid en effectiviteit te garanderen, mag EMDR alleen worden uitgevoerd door daartoe gekwalificeerde en geregistreerde professionals uit de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).
De primaire voorwaarde is een afgeronde universitaire masteropleiding in een relevant vakgebied. Dit omvat: klinische psychologie, (gezondheidszorg)psychologie, psychiatrie (als arts), psychotherapie, of klinische kinder- en jeugdpsychologie. Afgestudeerden van HBO-opleidingen zoals maatschappelijk werk of verpleegkunde zijn niet basiskwalificeerd, tenzij zij aanvullende, erkende vervolgopleidingen hebben voltooid.
Naast deze basisopleiding is een erkende postmaster- of vervolgopleiding tot behandelaar verplicht. Denk hierbij aan de opleiding tot GZ-psycholoog, klinisch psycholoog, psychotherapeut, psychiater of kinder- en jeugdpsycholoog specialist (K&JPS). Deze opleidingen bieden de noodzakelijke diepgaande kennis van psychopathologie, diagnostiek en algemene behandelvaardigheden.
Bovendien moet de behandelaar geregistreerd staan in een wettelijk erkend beroepsregister. In Nederland zijn dit het BIG-register (voor psychiaters) of de registers van de Nederlandse Vereniging voor Psychologie (NIP) en het Register Vaktherapeutische Beroepen (RVB). Registratie houdt in dat de professional voldoet aan de gestande kwaliteitseisen, zich houdt aan de beroepscode en werkt volgens de laatste wetenschappelijke inzichten.
Pas wanneer aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, kan een professional starten met de gespecialiseerde EMDR-opleiding. Deze opleiding, erkend door de Vereniging EMDR Nederland (VEN), bestaat uit theoretische cursussen en intensieve praktijktraining onder supervisie. Na succesvolle afronding wordt de behandelaar opgenomen in het EMDR-practitioner register van de VEN, het definitieve bewijs van bevoegdheid.
Het is voor cliënten van cruciaal belang om deze kwalificaties en registraties actief te controleren. Alleen op deze manier is gewaarborgd dat de EMDR-behandeling wordt uitgevoerd door een professional met de juiste expertise, beschermd door tuchtrecht en gebonden aan evidence-based richtlijnen.
Stapsgewijze procedure voor het opzetten en doorlopen van een EMDR-sessie
Stap 1: Voorbereiding en ankeren van veiligheid.De therapeut legt de procedure uit en bouwt een werkrelatie op. Er wordt een veilige plek of een andere hulpbron geïnstalleerd. Deze innerlijke rustplek dient als stabiliserend anker voor en na de verwerking.
Stap 2: Selectie van het doelbeeld.De cliënt en therapeut identificeren samen een specifieke, beladen herinnering als doel voor de sessie. Dit beeld wordt zo concreet mogelijk gemaakt: wat is het ergste moment, welke beelden, gedachten, emoties en lichamelijke sensaties horen daarbij?
Stap 3: Meten van de subjectieve eenheden van verstoring (SUD).De cliënt beoordeelt de huidige emotionele lading van het beeld op een schaal van 0 (geen verstoring) tot 10 (maximale verstoring). Dit geeft een startpunt voor de meting van voortgang.
Stap 4: Identificeren van de negatieve cognitie (NC) en positieve cognitie (PC).De cliënt formuleert een negatieve overtuiging over zichzelf die bij het beeld hoort (bijv. "Ik ben machteloos"). Vervolgens wordt een gewenste, positieve overtuiging gekozen (bijv. "Ik kan het aan"). De geloofwaardigheid van deze PC wordt gemeten op een schaal van 1 tot 7.
Stap 5: Starten van de bilaterale stimulatie (BLS).De therapeut vraagt de cliënt het doelbeeld, de NC en de lichaamsensatie vast te houden. Vervolgens start de BLS, meestal oogbewegingen, tikjes of geluiden. Een set duurt doorgaans 20-40 seconden.
Stap 6: Vrij associëren en 'let it go'.Na elke set BLS vraagt de therapeut: "Wat komt er nu bij u op?". De cliënt deelt wat er opkomt zonder censuur. Daarna wordt het volgende setje BLS gestart op het nieuwe materiaal. Dit proces wordt herhaald.
Stap 7: Controleren van voortgang en hertaxatie.Tussentijds kan de SUD-score worden gecheckt. Het doel is dat de lading daalt. Als de verwerking stagneert, gebruikt de therapeut interweaves om de beweging weer op gang te brengen.
Stap 8: Installeren van de positieve cognitie.Wanneer de SUD 0 of 1 bereikt, wordt de positieve cognitie opnieuw geëvalueerd. Als deze geloofwaardig is (6 of 7), wordt deze gekoppeld aan het oorspronkelijke beeld en geïnstalleerd met sets BLS.
Stap 9: Lichaamsscan.De cliënt denkt aan de oorspronkelijke herinnering en de PC, en scant zijn lichaam van top tot teen. Restspanning wordt verder verwerkt met BLS tot de scan volledig neutraal of positief is.
Stap 10: Afronding en nazorg.De therapeut brengt de cliënt terug naar het hier en nu, activeert indien nodig de veilige plek en geeft psycho-educatie over mogelijke nawerking. De sessie wordt formeel beëindigd.
Veelgestelde vragen:
Mag ik als ervaren psycholoog zelfstandig EMDR toepassen na het volgen van een workshop?
Nee, dat mag niet. In Nederland is EMDR een beschermde interventie. Je moet een volledige erkende basistraining volgen bij een door de Vereniging EMDR Nederland (VEN) geaccrediteerde instelling. Een workshop alleen is onvoldoende. Tijdens de basistraining leer je niet alleen de techniek, maar ook hoe je patiënten selecteert, contra-indicaties herkent en moeilijke sessies begeleidt. Na de training moet je onder supervisie werken en casussen inbrengen. Pas na positieve beoordeling door een supervisor krijg je het certificaat dat je bevoegd maakt tot zelfstandige uitvoering. Zonder deze kwaliteitswaarborg loop je het risico cliënten te schaden.
Welke materialen heb ik nodig om EMDR goed uit te voeren?
De basisuitvoering vraagt weinig materiaal. Het belangrijkste is een methode voor bilaterale stimulatie. Meest gebruikt zijn horizontale oogbewegingen, waarbij je met je vinger voor de cliënt beweegt. Alternatieven zijn auditieve stimuli via een koptelefoon (afwisselende tonen links/rechts) of tactiele stimuli met trilmotortjes die de cliënt in de handen houdt. Sommige therapeuten gebruiken lichtbalken. Je hebt verder een rustige ruimte nodig met twee stoelen. Specifieke protocollen en vragenlijsten (zoals de SUDS-schaal) zijn nodig voor de voorbereiding en evaluatie. Deze materialen zijn vaak onderdeel van je opleiding.
Hoe ga ik om met een cliënt bij wie de herinnering niet verandert tijdens de sessie?
Dat komt voor. Stop niet meteen. Vraag de cliënt om te vertellen wat hij merkt. Soms blokkeert een "cognitieve interventie": een negatieve gedachte over het proces zelf ("Dit werkt niet"). Bespreek dit. Je kunt de sets stimulatie verkorten of verlengen. Wissel van stimulus, bijvoorbeeld van geluid naar tikjes op de knieën. Richt je op een ander aspect van de herinnering, zoals het lichaam of een specifiek moment. Als er niets beweegt, is het goed de sessie te beëindigen en samen te kijken naar mogelijke redenen. Misschien is er secundair gewin of een onderliggende overtuiging die eerst aandacht nodig heeft. Een volgende sessie begint dan met deze informatie.
Vergelijkbare artikelen
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

