Hoe wordt ADD gediagnosticeerd
Hoe wordt ADD gediagnosticeerd?
Het diagnosticeren van Attention Deficit Disorder (ADD) is een zorgvuldig en gestructureerd proces, dat zich onderscheidt van de meer bekende vorm van ADHD met hyperactiviteit. Waar bij ADHD de externe signalen vaak duidelijker zichtbaar zijn, blijft ADD veelal verborgen onder de oppervlakte. De diagnose richt zich daarom niet op het vinden van een simpele 'label', maar op het in kaart brengen van een uniek cognitief functioneringsprofiel dat iemands dagelijks leven significant kan beïnvloeden.
De kern van het diagnostisch onderzoek vormt een uitgebreid klinisch diagnostisch interview. Een daartoe opgeleide professional, zoals een psychiater of GZ-psycholoog, voert gedetailleerde gesprekken met de volwassene of, bij kinderen, met zowel het kind als de ouders. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige symptomen van onoplettendheid, zoals moeite met focussen, organiseren en het voltooien van taken, maar ook naar de levensgeschiedenis. Cruciaal is de vraag of deze kenmerken al vanaf de kindertijd aanwezig waren, zij het misschien in milde vorm of gemaskeerd door hoge intelligentie.
Naast het interview worden vaak gestandaardiseerde vragenlijsten ingezet. Deze worden door de persoon zelf en meestal ook door een partner, familielid of goede vriend ingevuld. Deze zogenaamde heteroanamnese is essentieel, omdat iemand met ADD zich niet altijd volledig bewust is van de eigen symptomen of deze juist kan bagatelliseren. Objectieve metingen, zoals computertests die concentratie en impulscontrole meten, kunnen het beeld aanvullen, maar zijn nooit op zichzelf voldoende voor een diagnose.
Een essentieel onderdeel is het uitsluiten van andere oorzaken. Symptomen als concentratiegebrek, vergeetachtigheid en mentale rusteloosheid kunnen ook wijzen op bijvoorbeeld angststoornissen, depressie, slaapproblemen of overbelasting. De diagnosticus moet daarom zorgvuldig differentiëren en nagaan of ADD de primaire, verklarende oorzaak is. Het uiteindelijke doel is het vormen van een helder en volledig beeld, dat de basis vormt voor een op-maat-gesneden behandelplan en vooral: voor erkenning en inzicht.
Welke stappen neemt een specialist tijdens het diagnostisch onderzoek?
Het diagnostisch proces voor ADD is grondig en volgt een vastgesteld protocol om andere oorzaken uit te sluiten en een betrouwbare conclusie te kunnen trekken. Het wordt doorgaans uitgevoerd door een gz-psycholoog of psychiater met expertise in aandachtsstoornissen.
De eerste stap is een uitgebreid klinisch interview (anamnese). De specialist bevraagt de huidige klachten, zoals concentratieproblemen, vergeetachtigheid en moeite met organiseren. Er wordt diep ingegaan op de levensloop, omdat voor een diagnose de symptomen al in de kindertijd aanwezig moeten zijn geweest. Schoolervaringen, werkgeschiedenis en sociale relaties komen aan bod.
Gelijktijdig wordt informatie uit de directe omgeving verzameld via heteroanamnese. Dit betekent dat een partner, familielid of goede vriend wordt bevraagd over het dagelijks functioneren. Voor jeugdigen zijn vragenlijsten en gesprekken met ouders en leerkrachten essentieel. Dit geeft een objectiever beeld dan zelfrapportage alleen.
Vervolgens worden gestandaardiseerde vragenlijsten ingezet. Deze screenen op ADD-symptomen, maar ook op vaak voorkomende comorbiditeiten zoals angst, depressie of autisme spectrum stoornis. Bekende instrumenten zijn de DIVA (Diagnostisch Interview voor ADHD bij volwassenen) en de Conners' schalen.
Een cruciaal onderdeel is het uitsluiten van andere oorzaken (differentiaaldiagnose). De specialist zal lichamelijk onderzoek of doorverwijzing daartoe overwegen om bijvoorbeeld slaapapneu, schildklierproblemen, gehoor- of gezichtsstoornissen uit te sluiten. Ook wordt gekeken naar de invloed van middelen gebruik, medicatie of andere psychische aandoeningen.
Tenslotte worden alle verzamelde gegevens geïntegreerd en gewogen volgens de criteria van de DSM-5. De specialist beoordeelt of er sprake is van een persistend patroon van onoplettendheid, of de symptomen significante beperkingen veroorzaken in meerdere levensdomeinen, en of ze niet beter verklaard worden door een andere stoornis. Pas na dit multidisciplinaire en stapsgewijze onderzoek volgt een eenduidige conclusie.
Welke vragenlijsten en testen kunnen worden ingezet?
De diagnostiek van ADD verloopt niet via één specifieke medische test, maar via een gestructureerd klinisch onderzoek. Gestandaardiseerde vragenlijsten en testen vormen hierbij een cruciaal onderdeel om informatie uit verschillende bronnen en settings te verzamelen.
Eén van de meest gebruikte instrumenten is de DIVA-5 (Diagnostic Interview for ADHD in adults). Dit is een gestructureerd diagnostisch interview dat de volledige DSM-5-criteria voor ADD nagaat, zowel voor de huidige periode als voor de kindertijd.
Daarnaast worden er vaak specifieke zelfrapportagevragenlijsten ingezet. Voor volwassenen is de ADHD-vragenlijst (AVL) een veelgebruikte optie. Ook de Conners' Adult ADHD Rating Scales (CAARS) meten kernkenmerken zoals aandachtsproblemen en hyperactiviteit/rusteloosheid.
Bij kinderen en adolescenten worden vragenlijsten ingevuld door ouders en leerkrachten, zoals de Conners' Teacher and Parent Rating Scales of de SNAP-IV. Dit geeft een beeld van het functioneren in zowel de thuissituatie als op school.
Neuropsychologisch onderzoek kan aanvullende informatie geven over cognitieve functies. Tests zoals de Continuous Performance Test (CPT) meten specifieke aandachtsprocessen, zoals volgehouden aandacht en impulscontrole. Het is belangrijk te benadrukken dat afwijkingen op dergelijke tests alleen niet voldoende zijn voor een diagnose, maar ze kunnen wel de klinische bevindingen ondersteunen.
Tevens wordt vaak een intelligentieonderzoek afgenomen om een beeld te krijgen van de cognitieve capaciteiten en om leerproblemen of hoogbegaafdheid uit te sluiten, die soms vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken.
Een grondige diagnose omvat altijd een combinatie van deze methoden, samen met een uitgebreid gesprek over de levensloop, en het uitsluiten van andere aandoeningen zoals angststoornissen of depressie.
Veelgestelde vragen:
Vanaf welke leeftijd kan ADD betrouwbaar worden vastgesteld?
De diagnose ADD wordt meestal niet gesteld bij zeer jonge kinderen. Vaak komt het vraagstuk naar voren als een kind naar de basisschool gaat en er problemen zijn met concentratie, taakafronding of rustig blijven zitten. Een officiële diagnose wordt doorgaans pas overwonnen vanaf ongeveer 6 of 7 jaar. Op die leeftijd zijn de eisen aan het concentratievermogen hoger en wordt het verschil met leeftijdsgenoten duidelijker. Voor een goede beoordeling is het nodig dat de symptomen al enige tijd (minstens een half jaar) in meerdere situaties, zoals thuis en op school, aanwezig zijn. Bij volwassenen kan de diagnose ook later worden gesteld, maar dan moet worden aangetoond dat de kenmerken al sinds de kindertijd aanwezig waren.
Wat is het verschil tussen een diagnose door een psychiater en een psycholoog?
In Nederland mag zowel een psychiater als een GZ-psycholoog de diagnose ADD stellen. Het belangrijkste verschil zit in hun achtergrond. Een psychiater is een arts die gespecialiseerd is in psychiatrie. Hij of zij kan lichamelijke oorzaken uitsluiten en is de enige die medicatie mag voorschrijven, zoals methylfenidaat. Een GZ-psycholoog heeft een universitaire opleiding in de psychologie en is geschoold in diagnostiek en niet-medicamenteuze behandelingen, zoals gedragstherapie. Vaak werken ze samen in een team. De huisarts zal meestal doorverwijzen naar een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) waar beide specialismen aanwezig zijn. De uiteindelijke diagnose volgt na een gezamenlijke beoordeling van het onderzoek.
Wordt er ook lichamelijk onderzoek gedaan voor een ADD-diagnose?
Ja, lichamelijk onderzoek is een standaardonderdeel van het diagnostisch proces. Het doel is niet om ADD 'aan te tonen', maar om andere mogelijke oorzaken voor de klachten uit te sluiten. Een arts kan bijvoorbeeld bloedonderzoek laten doen om tekorten aan vitaminen, schildklierproblemen of een ijzergebrek op te sporen. Soms wordt ook het gehoor of gezichtsvermogen gecontroleerd. Deze stappen zijn nodig omdat symptomen zoals concentratieproblemen, vermoeidheid of rusteloosheid ook door een lichamelijke aandoening kunnen komen. Pas als andere oorzaken zijn uitgesloten, kan de diagnose ADD met meer zekerheid worden gesteld.
Hoe ziet het gesprek met de ouders eruit tijdens de diagnostiek van een kind?
Het gesprek met de ouders, vaak een ontwikkelingsanamnese genoemd, is een kernonderdeel. De specialist stelt gedetailleerde vragen over de jeugd van het kind. Onderwerpen zijn de zwangerschap, de vroegste ontwikkeling (lopen, praten), het gedrag thuis en hoe het kind omgaat met vriendjes. Er wordt gevraagd naar specifieke situaties: kan het kind een spel afmaken? Hoe reageert het op instructies? Vergeet het vaak spullen? Ook de familiegeschiedenis krijgt aandacht, omdat ADD vaak erfelijk is. Dit gesprek duurt meestal een tot twee uur. Het geeft een beeld van hoe lang de problemen al spelen en in welke omgeving ze zich voordoen. Deze informatie wordt vergeleken met de observaties van school en eventuele vragenlijsten.
Vergelijkbare artikelen
- Waarom wordt ADD niet meer gediagnosticeerd
- Waarom wordt ADD vaak pas laat gediagnosticeerd
- Welke preventieve zorg wordt vergoed door de verzekering
- Waarom wordt mijn psycholoog niet vergoed
- Wat wordt bedoeld met systemische behandeling
- Welke ggz wordt niet vergoed
- Wat wordt verstaan onder ervaringsdeskundigheid
- Welke therapie wordt vergoed door de zorgverzekering
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

