Wat is Imaginaire Rescripting IR in schematherapie
Wat is Imaginaire Rescripting (IR) in schematherapie?
In de kern van schematherapie ligt een krachtige en transformerende techniek: Imaginaire Rescripting (IR). Deze methode richt zich niet primair op het analyseren van het hier en nu, maar duikt bewust en gestructureerd het verleden in. Het uitgangspunt is dat veel hardnekkige emotionele patronen – ofwel schema's – en de daarbij horende modi hun oorsprong vinden in pijnlijke of tekortschietende ervaringen uit de jeugd.
IR is meer dan alleen herinneren. Het is een actief, ervaringsgericht proces waarbij cliënten, onder begeleiding van de therapeut, een oude, negatief geladen herinnering oproepen in hun verbeelding. Vervolgens wordt deze herinnering niet lijdzaam herbeleefd, maar actief herschreven. De volwassen cliënt van nu keert terug naar de scène van het verleden, niet meer als het hulpeloze kind, maar met alle kennis, kracht en middelen die hij of zij nu ter beschikking heeft.
Het doel is drieledig: ten eerste het valideren en erkennen van de oude pijn. Ten tweede het bieden van corrigerende emotionele ervaringen door in de verbeelding te geven wat het kind destijds zo node miste: bescherming, troost, gerechtigheid of onvoorwaardelijke liefde. Ten derde leidt dit proces tot een herprogrammering van de oude, aangeleerde overtuigingen. De emotionele lading van de herinnering verandert, waardoor de daaraan gekoppelde schema's en modi aan kracht verliezen in het dagelijks leven.
Imaginaire Rescripting is dus een vorm van emotioneel herstelwerk. Het doorbreek de macht van het verleden door het letterlijk een nieuwe, helende uitkomst te geven. Het stelt individuen in staat om zich eindelijk veilig en beschermd te voelen bij herinneringen die voorheen alleen maar angst, schaamte of verdriet opriepen, en legt zo de basis voor een gezondere emotionele toekomst.
Hoe een beangstigende herinnering wordt omgeschreven tijdens een IR-sessie
Het omschrijven van een beangstigende herinnering in Imaginaire Rescripting is een gestructureerd proces in drie fasen. Het doel is niet om de feitelijke gebeurtenis te veranderen, maar wel de emotionele en betekenisvolle lading ervan. De cliënt doorloopt de herinnering opnieuw, maar nu met de middelen en bescherming die hij destijds miste.
Eerst begeleidt de therapeut de cliënt naar een levendige herbeleving van de pijnlijke herinnering. De cliënt vertelt de situatie in de tegenwoordige tijd en in detail, waarbij alle zintuigen worden aangesproken. De therapeut vraagt door naar wat de cliënt voelt, denkt en nodig heeft in dat jonge zelf. Dit activeert het oude, adaptieve emotionele pijn.
Vervolgens betreedt de therapeut, of een krachtig alternatief figuur, de scène als interventie. Dit is de kern van het rescripten. De therapeut kan in de herinnering stappen en het jonge kind beschermen, troosten of de dader stoppen. Soms kiest de cliënt ervoor om een sterke volwassen versie van zichzelf, een beschermende persoon of een symbolische kracht in te zetten. Deze interventie geeft wat er destijds had moeten zijn: veiligheid, gerechtigheid of troost.
In de derde fase krijgt het jonge zelf wat het nodig heeft. Het kind wordt uit de bedreigende situatie gehaald, getroost of voorzien van een krachtige uitspraak. Soms wordt de dader verantwoordelijk gehouden of uit de scène verwijderd. De cliënt ervaart zo dat zijn behoeften nu wel erkend en vervuld worden. Dit creëert een nieuwe, corrigerende emotionele ervaring.
Tenslotte consolideert de cliënt deze nieuwe ervaring. Hij kan het geredde kind meenemen naar een veilige, ideale plek in zijn verbeelding. De sessie eindigt met het bespreken van de opgedane inzichten en het gevoel van kracht. Het oude geheugennetwerk wordt hierdoor niet gewist, maar er wordt een nieuw, krachtiger en troostend netwerk naast geplaatst dat steeds toegankelijker wordt.
Welke rol speelt de therapeut bij het geven van wat de cliënt vroeger nodig had?
De therapeut neemt binnen Imaginaire Rescripting (IR) een actieve en meervoudige rol aan. Hij functioneert niet als een passieve toeschouwer, maar als een veilige regisseur en krachtige bondgenoot die het oorspronkelijke trauma of de verwaarlozingsscène herschrijft.
Allereerst creëert en bewaakt de therapeut een veilige therapeutische relatie. Deze 'limited reparenting'-band is de essentiële basis waarop de cliënt zich genoeg gesteund voelt om pijnlijke herinneringen opnieuw te benaderen. De therapeut biedt emotionele containment en normaliseert de reacties van de cliënt.
Tijdens de rescripting zelf schakelt de therapeut tussen verschillende posities. Enerzijds is hij de coach in het hier-en-nu die de cliënt aanmoedigt, begeleidt bij het vinden van oplossingen en helpt om grenzen aan te geven tegen de kwetsende ouder of dader in de herinnering.
Anderzijds stapt de therapeut direct in de imaginaire scène als een nieuwe, corrigerende ouderfiguur. Hier geeft de therapeut concreet en emotioneel wat de cliënt als kind tekortkwam: bescherming, troost, erkenning, geruststelling of onvoorwaardelijke steun. De therapeut grijpt in, stelt de behoeften van het kind voorop en bevrijdt het uit de machteloosheid.
Een cruciale rol is het versterken van de gezonde volwassen kant van de cliënt. De therapeut moedigt aan dat de cliënt zelf, vanuit zijn huidige volwassen ik, in de herinnering stapt om het kind te helpen. De therapeut faciliteert deze dialoog en ondersteunt de cliënt in het internaliseren van deze nieuwe, gezonde stem.
Ten slotte is de therapeut architect van de nieuwe betekenis. Hij helpt de cliënt om de herschreven ervaring te integreren in zijn levensverhaal. Dit versterkt het besef dat de cliënt waardevol is en dat zijn behoeften er wel degelijk toe doen, waardoor disfunctionele schema's worden aangevochten en gecorrigeerd.
Veelgestelde vragen:
Wat is het verschil tussen Imaginaire Rescripting en gewone exposure bij trauma?
Bij gewone exposure, vaak gebruikt bij PTSS, went de cliënt aan de angstopwekkende herinnering door deze herhaaldelijk op te roepen. Het doel is de emotionele lading te verminderen. Imaginaire Rescripting (IR) in schematherapie heeft een ander, actiever doel. Hier verandert de cliënt de herinnering. De therapeut begeleidt de cliënt om in de verbeelding in te grijpen in de traumatische scène, bijvoorbeeld door de volwassen cliënt van nu het kwetsbare kind te laten beschermen of door de dader te stoppen. Het gaat niet om gewenning, maar om het creëren van een nieuwe, correctieve ervaring. Deze nieuwe ervaring voorziet in de basisbehoeften (veiligheid, troost, bescherming) die destijds ontbraken. Hierdoor kan het gevoel van slachtofferschap en hulpeloosheid verminderen en een krachtiger zelfgevoel ontstaan.
Hoe ziet een IR-sessie er in de praktijk uit? Kan je een voorbeeld geven?
Een sessie begint met het opbouwen van veiligheid en een sterke werkrelatie. De therapeut vraagt de cliënt een specifieke, pijnlijke jeugdherinnering op te halen en deze levendig te beschrijven (beeld, geluid, gevoel). Stel, een cliënt herinnert zich hoe haar vader haar vernederde. Ze voelt zich klein en alleen. Dan komt de rescripting. De therapeut vraagt: "Kan je het huidige, sterke zelf in die scène brengen? Wat zou je tegen dat meisje willen zeggen of doen?" De cliënt beeldt in hoe ze de kamer binnenkomt, tussen het meisje en de vader gaat staan, en tegen de vader zegt: "Dit stop nu. Je mag haar niet zo behandelen." Vervolgens troost ze het innerlijke kind. Soms betrekt men ook een ideale verzorger in de verbeelding. De cliënt bepaalt het tempo. Na de oefening bespreekt men de nieuwe gevoelens, zoals opluchting of kracht. Het effect wordt versterkt door de nieuwe beelden tussen sessies door op te roepen.
Voor welke klachten is IR niet geschikt?
IR is een krachtige techniek, maar niet altijd de eerste keuze. Het wordt vaak uitgesteld bij cliënten met ernstige dissociatieve klachten, omdat het sterke emoties kan oproepen en stabiliteit eerst nodig is. Ook bij een actueel psychotisch risico of een zeer zwak vermogen om onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid wordt voorzichtigheid betracht. Bij zeer fragmentarische of volledig verdrongen herinneringen kan men werken met meer symbolische scènes. De therapeut bouwt de techniek zorgvuldig op, soms begint men met minder bedreigende situaties. De bereidheid en het vermogen van de cliënt om zich in beelden in te leven zijn nodig. Een goede therapeutische band is een absolute voorwaarde om de emotionele veiligheid te waarborgen tijdens dit intense werk.
Vergelijkbare artikelen
- Wat als schematherapie niet helpt
- Waarom duurt schematherapie zo lang
- Wat is de meerstoelentechniek in schematherapie
- Wat is het schema van verlating in schematherapie
- Wat is de gemiddelde duur van schematherapie
- Wat doet schematherapie met je
- Waar kan schematherapie bij helpen
- Wat zijn de 5 behoeften in schematherapie
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

