Wat is de eigen bijdrage voor 2025
Wat is de eigen bijdrage voor 2025?
De eigen bijdrage is een verplichte financiële bijdrage die u betaalt voor zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz), zoals een verblijf in een zorginstelling of intensieve thuiszorg. Het is een inkomensafhankelijke bijdrage: hoe hoger uw inkomen en vermogen, hoe meer u maandelijks betaalt. Deze regeling heeft tot doel de langdurige zorg voor iedereen toegankelijk te houden, waarbij de kosten worden gedeeld tussen de gebruiker en de collectiviteit.
Voor het jaar 2025 worden de bedragen en voorwaarden opnieuw vastgesteld, meestal bekendgemaakt tijdens Prinsjesdag. Deze jaarlijkse herziening houdt rekening met ontwikkelingen zoals loonstijgingen en inflatie. Het is daarom van groot belang om op de hoogte te zijn van de nieuwe parameters, omdat deze direct van invloed zijn op uw maandelijkse verplichtingen.
In dit artikel brengen wij de belangrijkste wijzigingen en vaste onderdelen van de eigen bijdrage Wlz voor 5 in kaart. We kijken naar de opbouw van de bijdrage, de inkomens- en vermogenstoets, en de mogelijke veranderingen ten opzichte van het huidige jaar. Zo krijgt u een duidelijk en concreet beeld van wat u het komende jaar mag verwachten.
Hoe wordt de hoogte van uw eigen bijdrage voor 2025 berekend?
De hoogte van uw eigen bijdrage voor zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een inkomensafhankelijke bijdrage. De berekening voor 2025 is gebaseerd op drie kerncomponenten: uw (gezamenlijk) toetsingsinkomen, uw vermogen en een wettelijk vastgesteld drempelbedrag.
Allereerst wordt uw toetsingsinkomen bepaald. Dit is het verzamelinkomen van u en eventueel uw fiscale partner, verminderd met een heffingskorting. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) gebruikt hiervoor gegevens van de Belastingdienst over twee jaar eerder. Voor de berekening in 2025 is uw inkomen over 2023 dus leidend.
Vervolgens wordt gekeken of u vermogen hebt dat meetelt. Voor alleenstaanden geldt een vrijlatingsbedrag van € 67.000. Voor partners is dit € 94.000. Alleen het vermogen boven dit bedrag wordt als inkomen gezien. Hiervoor wordt een forfaitair rendement van 6,17% over het meettellende vermogen bij uw inkomen opgeteld.
Het totaal van uw toetsingsinkomen en het forfaitaire rendement op uw vermogen wordt vergeleken met de wettelijke drempel. Voor 2025 bedraagt deze drempel € 24.812 voor alleenstaanden en € 34.736 voor gehuwden of samenwonenden met een fiscale partner.
Over het bedrag dat boven deze drempel uitkomt, betaalt u een vast percentage aan eigen bijdrage. Dit percentage wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2025 is dit percentage vastgesteld op 19,80%. De formule is dus: (Toetsingsinkomen + forfaitair rendement vermogen - drempelbedrag) x 19,80%.
Er geldt een maximum aan de eigen bijdrage. Dit is het zogenaamde 'bijdrageplafond', dat voor 2025 vaststaat op € 3.156 per maand. U betaalt nooit meer dan dit bedrag, ongeacht uw inkomen of vermogen.
Voor welke zorgkosten moet u in 2025 wel en niet betalen?
Het onderscheid tussen kosten die wel en niet onder uw eigen risico (€ 385) vallen, is essentieel voor uw financiële planning. Hieronder vindt u een duidelijk overzicht.
Wel betaalt u vanuit uw eigen risico in 2025:
• Consulten, behandelingen en verrichtingen door medisch specialisten in het ziekenhuis of polikliniek.
• Ziekenhuisopnames (verblijfskosten).
• De meeste geneesmiddelen die u in het ziekenhuis of via de apotheek krijgt voorgeschreven (geneesmiddelen uit het Geneesmiddelenvergoedingssysteem).
• Medisch-specialistische onderzoeken, zoals MRI-scans, röntgenfoto's en bloedonderzoek in opdracht van een specialist.
• Paramedische zorg (zoals fysiotherapie, oefentherapie, logopedie) na een verwijzing van een medisch specialist. De eerste 20 behandelingen fysiotherapie bij chronische indicaties zijn echter vrijgesteld.
• Ambulancevervoer (niet te verwarren met de eigen bijdrage voor de Wmo).
Niet betaalt u vanuit uw eigen risico in 2025:
• Huisartsenzorg: consulten bij de huisarts, de huisartsenpost en door de huisarts verrichte kleine ingrepen.
• Verloskundige zorg en kraamzorg.
• Wijkverpleging en thuiszorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz).
• Preventieve zorg zoals bevolkingsonderzoeken (borstkanker, baarmoederhalskanker) en het rijksvaccinatieprogramma.
• Zorg voor kinderen onder de 18 jaar (zij hebben geen eigen risico).
• Hulpmiddelen die vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), zoals een rolstoel of traplift. Hiervoor geldt een aparte, inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
• Mondzorg voor volwassenen (vanaf 18 jaar) valt buiten de basisverzekering, met uitzondering van bepaalde specialistische ingrepen.
• Fysiotherapie voor een aantal specifieke aandoeningen (zoals artrose, COPD, urine-incontinentie) en de eerste 20 behandelingen bij chronische indicaties.
• Kosten voor uw eigen bijdrage voor verblijf in een zorginstelling (Wlz) of de eigen bijdrage voor de Wmo.
Veelgestelde vragen:
Vergelijkbare artikelen
- Diagnostiek en eigen bijdrage
- GGZ vergoeding eigen bijdrage
- Waardoor geeft anorexia een tijdelijk gevoel van eigenwaarde
- Wat wordt vergoed uit eigen risico
- Hoe vind je je eigen spreekstem
- Welke behandelingen vallen onder eigen risico
- Geldt er een eigen risico voor therapie
- Wat is LGBTQ eigenlijk
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

