Wat zijn de criteria voor gedwongen opname
Wat zijn de criteria voor gedwongen opname?
Een gedwongen opname in een psychiatrische instelling, in Nederland geregeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), is een van de ingrijpendste maatregelen binnen de zorg. Het raakt aan fundamentele rechten van een persoon, zoals de persoonlijke vrijheid en het recht op zelfbeschikking. Daarom is het geen besluit dat lichtvaardig wordt genomen en is het omgeven door strikte juridische waarborgen en heldere, wettelijk vastgelegde voorwaarden.
De kern van een gedwongen opname ligt in een ernstig en acuut gevaar dat voortkomt uit een psychiatrische aandoening. Dit gevaar kent twee hoofdvormen. Ten eerste het gevaar voor de persoon zelf, bijvoorbeeld door levensbedreigende verwaarlozing, ernstige ondervoeding of een acuut suïciderisico. Ten tweede het gevaar voor anderen, waarbij door de aandoening een directe dreiging van geweld of ernstige overlast voor de omgeving uitgaat.
Cruciaal is dat dit gevaar een direct gevolg moet zijn van een psychiatrische stoornis. Een gevaarlijke situatie op zich is niet voldoende; er moet een causaal verband zijn met de ziekte. Bovendien moet de opname noodzakelijk zijn. Dit betekent dat er geen minder ingrijpende, vrijwillige alternatieven meer mogelijk zijn om het gevaar af te wenden. Alle andere opties, zoals intensieve thuisbehandeling of een crisisinterventieteam, zijn ontoereikend of hebben gefaald.
De procedure start met een zorgvuldige beoordeling door een onafhankelijke psychiater, die een deskundigenverklaring afgeeft. Vervolgens moet een rechter van de rechtbank deze verklaring toetsen en een machtiging tot verplichte zorg verlenen. Deze rechterlijke toetsing is een essentieel onderdeel van de bescherming van de rechten van de betrokkene. De hele procedure is erop gericht een zorgvuldige afweging te maken tussen enerzijds de veiligheid en gezondheid van de persoon en zijn omgeving, en anderzijds het recht op vrijheid en autonomie.
Wanneer voldoet iemand aan de wettelijke 'crisiscriteria' van de Wvggz?
De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) stelt strikte voorwaarden voor een gedwongen opname. Een crisismaatregel is alleen mogelijk als aan alle onderstaande cumulatieve criteria wordt voldaan. Deze vormen een zware drempel om ongerechtvaardigde vrijheidsbeneming te voorkomen.
Het eerste criterium is een ernstige psychische stoornis. Dit moet een objectief vaststelbare aandoening zijn, zoals een psychose, een ernstige depressie, een manie of een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Onvrede, maatschappelijke problematiek of een afwijkende levensstijl zijn op zichzelf geen psychische stoornis volgens de wet.
Ten tweede moet er sprake zijn van een noodsituatie. Dit betekent dat de situatie acuut is en onmiddellijk handelen vereist. Er is geen tijd om een zorgmachtiging via de rechter aan te vragen. Het gevaar of de verwaarlozing is op korte termijn aanwezig en kan niet worden afgewacht.
Het derde en meest cruciale criterium is ernstig gevaar. Dit gevaar kan zich op drie manieren uiten: gevaar voor de persoon zelf (bijvoorbeeld door suïcidaliteit of ernstige zelfverwaarlozing), gevaar voor anderen (geweldsdreiging), of gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Het gevaar moet reëel, aanzienlijk en direct dreigend zijn.
Het vierde criterium is dat de betrokkene weigert de noodzakelijke zorg te aanvaarden. Vrijwillige hulpverlening heeft altijd de voorkeur. Pas als iemand elke vorm van zorg afslaat, ondanks duidelijke uitleg over de ernst van de situatie, kan dit criterium in beeld komen.
Tot slot moet de gedwongen opname het enige resterende middel zijn om het gevaar af te wenden. Alle minder ingrijpende mogelijkheden, zoals crisisinterventie thuis, mobiele teams of dagbehandeling, moeten zijn overwogen of ontoereikend zijn gebleken. De maatregel moet proportioneel zijn.
Alleen als een onafhankelijke en daartoe bevoegde arts (meestal een psychiater) deze vijf criteria in een crisisevaluatie heeft vastgesteld, kan een burgemeester een crisismaatregel opleggen. Deze maatregel is maximaal 24 uur geldig en moet zo snel mogelijk worden omgezet in een zorgmachtiging via de rechter, of worden beëindigd.
Welke stappen en formulieren zijn nodig voor een aanvraag bij de gemeente?
Het proces voor een aanvraag tot gedwongen opname (inbewaringstelling, IBS) is wettelijk vastgelegd en start met een officieel verzoek bij de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene verblijft. Het doorloopt een aantal verplichte stappen.
Stap 1: Het indienen van het verzoek. Een verzoek kan worden ingediend door een familielid, huisgenoot, of elke andere persoon die een direct belang heeft bij de zorg voor de betrokkene. Het verzoek moet schriftelijk worden gedaan. Veel gemeenten bieden een specifiek digitaal of papier formulier aan, vaak genaamd 'Verzoek tot inbewaringstelling' of 'Aanvraformulier IBS'. Dit formulier bevat gedetailleerde vragen over de ernst van de situatie, het gevaar en eerdere hulpverlening.
Stap 2: Onderzoek door een ambtenaar. Na ontvangst van het verzoek laat de burgemeester de situatie onverwijld onderzoeken door een daartoe aangewezen ambtenaar (vaak een beleidsmedewerker of speciaal opgeleide ambtenaar van de afdeling Openbare Geestelijke Gezondheidszorg). Deze ambtenaar hoort de aanvrager, de betrokkene zelf en zo mogelijk ook naasten of betrokken hulpverleners. Het doel is een beeld te vormen van de noodzaak en urgentie.
Stap 3: Advies van twee onafhankelijke artsen. De burgemeester is verplicht om, meestal gelijktijdig met het ambtsonderzoek, twee onafhankelijke artsen te vragen een psychiatrisch onderzoek te verrichten. Minimaal één van hen moet een geregistreerd psychiater zijn. Zij vullen elk een apart 'Geneeskundig Verklaringformulier' in. Hierin moeten zij aantonen dat aan de wettelijke criteria wordt voldaan: een psychiatrische stoornis, direct gevaar voor de betrokkene of anderen, en dat opname de enige uitweg is.
Stap 4: Beslissing door de burgemeester. Op basis van het ambtsonderzoek en de twee positieve geneeskundige verklaringen neemt de burgemeester een gemotiveerd besluit. Bij spoedeisend gevaar kan de burgemeester een 'machtiging voorlopig toezicht' (MVT) afgeven voor een maximale duur van drie weken. Voor een langere opname is een 'inbewaringstelling' (IBS) nodig, die maximaal vier weken duurt. Deze machtiging wordt schriftelijk vastgelegd.
Stap 5: Uitvoering en transport. Na het afgeven van de machtiging (MVT of IBS) regelt de gemeente, vaak in samenwerking met de crisisdienst van een GGZ-instelling en de politie, de daadwerkelijke opname. Er wordt een zorgvuldig plan gemaakt voor het transport naar de aangewezen kliniek.
Gedurende de hele procedure heeft de betrokkene recht op bijstand van een advocaat. De rechter toetst de IBS-beslissing achteraf zo snel mogelijk, uiterlijk binnen drie weken na de start van de opname.
Veelgestelde vragen:
Wie bepaalt of iemand tegen zijn zin wordt opgenomen?
De beslissing voor een gedwongen opname wordt genomen door de burgemeester van de gemeente waar de persoon verblijft. Dit gebeurt op basis van een dringend advies van een arts, meestal een huisarts of een psychiater. De arts moet constateren dat er sprake is van een ernstig geestelijk probleem waardoor de persoon een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen. De burgemeester geeft hiervoor een inbewaringstellingsmachtiging (IBM) af. Dit is een spoedprocedure. Voor langere opnames is een rechterlijke machtiging nodig, waar een rechter over beslist.
Wat is het verschil tussen een IBS en een RM?
Een IBS (inbewaringstelling) is een spoedmachtiging voor maximaal drie weken, afgegeven door de burgemeester. Het is bedoeld voor acute crisissituaties. Een RM (rechterlijke machtiging) is voor langdurige gedwongen zorg, maximaal een jaar, en wordt door de rechter verleend. Een RM volgt vaak op een IBS als blijkt dat iemand ook na de spoedtermijn nog verplichte zorg nodig heeft. De voorwaarden voor een RM zijn strenger; de rechter toetst of aan alle wettelijke criteria wordt voldaan.
Kan iemand ook tegen zijn wil worden opgenomen als hij alleen zichzelf verwaarloost?
Ja, dat kan. Een criterium voor gedwongen opname is niet alleen direct gevaar voor anderen of suïcidegevaar. Ook ernstige verwaarlozing van zichzelf kan een grond zijn. Dit heet 'ernstig nadeel voor de eigen persoon'. Denk aan situaties waarin iemand door psychische problemen volledig stopt met eten, drinken of nodig medicijngebruik, en hierdoor zijn gezondheid ernstig in gevaar komt. Een arts moet dan vaststellen dat dit door een psychische aandoening komt en dat vrijwillige hulp niet mogelijk of niet aanvaard wordt.
Heeft een patiënt inspraak tijdens een gedwongen opname?
Zeker. Ondanks de gedwongen aard heeft de patiënt rechten. Hij krijgt een patiëntenvertrouwenspersoon. Hij kan bezwaar maken tegen de opname. Bij een IBS kan hij dit doen bij de kantonrechter, die binnen enkele dagen beslist. Bij een RM kan hij in hoger beroep gaan. Ook heeft hij recht op informatie over zijn behandeling en mag hij een zorgplan inzien. De behandelaar is verplicht om, waar mogelijk, samen te werken met de patiënt en zijn wensen in de behandeling te betrekken, ook al is de opname niet vrijwillig.
Vergelijkbare artikelen
- Wat zijn de diagnostische criteria voor het burn-outsyndroom
- Wat kost een opname in de psychiatrie
- Wat kost een opname bij GGZ
- Wat is klinische opname
- Welke 5 criteria zijn er voor autisme
- Wat zijn de DSM-5-criteria voor gecompliceerde rouw
- Wat is een vrijwillige opname in de GGZ
- Wat zijn de diagnostische criteria voor autisme
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

