Werkt therapie met snelle oogbewegingen
Werkt therapie met snelle oogbewegingen?
In het landschap van de psychotherapie heeft Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) zich de afgelopen decennia stevig gevestigd als een vooraanstaande behandelmethode voor trauma- en stressgerelateerde klachten. De kern van deze therapie, waarbij de cliënt herinneringen aan een schokkende gebeurtenis ophaalt terwijl hij tegelijkertijd afleidende stimuli volgt – vaak de vingers van de therapeut – roept bij veel mensen een fundamentele vraag op. Werkt dit nu echt, of is het louter een vorm van moderne suggestie?
Het antwoord is niet eenduidig, maar wordt steeds duidelijker gedragen door een groeiend corpus aan wetenschappelijk onderzoek. Talrijke gerandomiseerde gecontroleerde studies en meta-analyses tonen consistent aan dat EMDR een effectieve behandeling is voor posttraumatische stressstoornis (PTSS). De werkzaamheid wordt door gezondheidsautoriteiten wereldwijd erkend, en de methode staat opgenomen in vele evidence-based richtlijnen. Het lijkt er dus op dat de therapie meer is dan een modetrend.
De verklaring voor de effectiviteit ligt echter nog deels in het domein van de theorie. Het Adaptieve Informatieverwerkingsmodel stelt dat trauma herinneringen 'bevroren' en inadequaat opgeslagen raken in het geheugennetwerk. De bilaterale stimulatie (oogbewegingen, maar ook geluiden of tikjes) tijdens EMDR zou het informatieverwerkingssysteem van de hersenen activeren, waardoor de herinnering alsnog kan worden 'verteerd' en geïntegreerd. Critici wijzen erop dat het precieze werkingsmechanisme van de oogbewegingen nog niet volledig is opgehelderd en dat mogelijk andere factoren, zoals blootstelling aan de herinnering zelf, een cruciale rol spelen.
Ondanks deze wetenschappelijke discussies is de praktijkervaring voor veel therapeuten en cliënten overtuigend. Patiënten rapporteren vaak dat de lading van de pijnlijke herinnering afneemt, beelden vervagen en negatieve overtuigingen over zichzelf plaatsmaken voor meer realistische gedachten. Of dit nu primair door de oogbewegingen komt of door een complex samenspel van elementen binnen het therapeutisch protocol, de uitkomst is voor velen hetzelfde: een aanzienlijke vermindering van lijden.
Voor welke klachten is EMDR een geschikte behandeling?
EMDR is primair en wetenschappelijk bewezen effectief voor de behandeling van posttraumatische stressstoornis (PTSS). Hierbij helpt het om de levendigheid en emotionele lading van herinneringen aan schokkende gebeurtenissen te verminderen.
De toepassing is in de praktijk uitgebreid naar andere klachten waarbij storende herinneringen, beelden of overtuigingen een centrale rol spelen. Dit omvat onder meer angststoornissen, zoals specifieke fobieën, paniekstoornis en sociale angst.
Ook bij aanhoudende rouw, depressie (vooral wanneer gekoppeld aan traumatische ervaringen) en dwangklachten kan EMDR als onderdeel van een behandeling worden ingezet.
Verder blijkt de methode nuttig bij de verwerking van negatieve jeugdervaringen die nog steeds doorwerken, zoals bij chronisch trauma, hechtingsproblematiek of een laag zelfbeeld.
EMDR wordt ook succesvol toegepast bij lichamelijke klachten met een psychische component, zoals chronische pijn of somatisch-symptoomstoornissen, wanneer deze verband houden met onverwerkte stress.
Een belangrijke voorwaarde is dat de klachten zijn gerelateerd aan een of meer specifieke, herleidbare herinneringen. De geschiktheid wordt altijd bepaald door een gekwalificeerde EMDR-therapeut tijdens een uitgebreide intake.
Hoe verloopt een typische EMDR-sessie in de praktijk?
Een EMDR-sessie volgt een gestructureerd protocol en bestaat uit acht duidelijk omschreven fasen. De therapeut begeleidt de cliënt stap voor stap door dit proces.
Allereerst vindt een uitgebreide anamnese en behandelingplanning plaats. Hierin identificeert de therapeut samen met de cliënt de specifieke traumatische herinneringen die zullen worden aangepakt. Er wordt een hiërarchie van doelherinneringen opgesteld.
Vervolgens bereidt de therapeut de cliënt grondig voor. Dit omvat psycho-educatie over EMDR en het uitleggen van het proces. De therapeut leert de cliënt ook stabiliserende technieken aan, zoals een veilige plek, om emotionele ontregeling tussen sessies te kunnen beheersen.
In de derde fase worden de metingen genomen. Voor de gekozen herinnering benoemt de cliënt een negatieve overtuiging over zichzelf ("Ik ben machteloos"), een gewenste positieve overtuiging ("Ik kan het aan") en de bijbehorende emoties en lichamelijke sensaties.
Dan volgt de kern: de desensibilisatie. De cliënt houdt de herinnering, de negatieve gedachte en de lichaamsensatie vast in gedachten, terwijl hij tegelijkertijd de bilaterale stimulatie volgt. Meestal zijn dit de kenmerkende horizontale oogbewegingen, geleid door de hand van de therapeut. Alternatieven zijn auditieve piepjes via een koptelefoon of tactiele tikjes op de knieën.
Na elke set bilaterale stimulatie vraagt de therapeut: "Wat komt er nu bij u op?". De cliënt deelt spontaan wat er in zijn gedachten opkomt – beelden, gevoelens, gedachten of nieuwe herinneringen. Dit proces herhaalt zich tot de herinnering haar emotionele lading verliest.
Vervolgens wordt de installatie van de positieve cognitie uitgevoerd. De cliënt koppelt de gewenste positieve overtuiging aan de oorspronkelijke herinnering, opnieuw onder bilaterale stimulatie, tot deze goed en waar aanvoelt.
Daarna volgt de body scan. De cliënt denkt aan de oorspronkelijke gebeurtenis én de positieve cognitie, en scant zijn lichaam mentaal af. Restanten van spanning worden met bilaterale stimulatie verder verwerkt.
Elke sessie wordt afgesloten met een afronding, om de cliënt in een stabiele toestand te laten vertrekken. De therapeut geeft informatie over mogelijke nawerking tussen sessies. De volgende sessie begint altijd met een herevaluatie van het behandelde materiaal om de voortgang te beoordelen.
Veelgestelde vragen:
Werkt EMDR echt of is het meer een placebo-effect?
De werkzaamheid van EMDR is uitgebreid onderzocht en wordt erkend door belangrijke gezondheidsorganisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie. Het is geen placebo. Het succes lijkt samen te hangen met de combinatie van het ophalen van de herinnering en de afleidende bilaterale stimulatie (meestal oogbewegingen). Deze combinatie lijkt ervoor te zorgen dat het verwerkingssysteem in de hersenen actiever wordt. De herinnering verliest daardoor haar levendigheid en emotionele lading. Het wordt meer een gewoon verhaal uit het verleden, in plaats van een beeld dat steeds opnieuw als reëel wordt beleefd. Vooral bij trauma's na een eenmalige gebeurtenis zijn de resultaten goed onderbouwd.
Vergelijkbare artikelen
- Welke therapievorm maakt gebruik van oogbewegingen
- Werkt neurofeedbacktherapie bij depressie
- Werkt schematherapie bij autisme
- Wat is neurofeedbacktherapie en hoe werkt het
- Werkt EMDR voor veteranen
- Wat houdt terugvalpreventie in bij therapie
- Welke vormen van creatieve therapie zijn er
- Wat is een systeem in gezinstherapie
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

