Wie mag de diagnose stellen bij ggz
Wie mag de diagnose stellen bij ggz?
De vraag wie bevoegd is om een psychiatrische diagnose te stellen, raakt de kern van de geestelijke gezondheidszorg. Het is geen louter theoretische kwestie, maar een essentieel praktisch en ethisch principe dat direct van invloed is op de kwaliteit, veiligheid en rechtmatigheid van de zorg. Een diagnose is meer dan een label; het is de fundamentele basis voor het behandelplan, de verwachtingen van de cliënt en de vergoeding van zorg.
In Nederland is het stellen van een psychiatrische diagnose strikt gereguleerd en voorbehouden aan specifieke, daartoe gekwalificeerde zorgprofessionals. Dit is vastgelegd in wetgeving, beroepscodes en richtlijnen van beroepsverenigingen. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij geregistreerde klinisch psychologen en psychiaters. Deze professionals hebben een vervolgopleiding op academisch niveau afgerond en zijn ingeschreven in hun respectievelijke registers, zoals het BIG-register of het Register GZ-psychologie.
Het onderscheid tussen een symptoom of een vermoeden en een formele diagnose is cruciaal. Andere zorgverleners, zoals basispsychologen, psychotherapeuten, verpleegkundig specialisten of ervaringsdeskundigen, spelen een onmisbare rol in het signaleren, behandelen en begeleiden. Zij mogen echter, binnen hun wettelijk kader, geen initiële DSM-5 of ICD-11-diagnose stellen. Hun expertise is vaak complementair en richt zich op het in kaart brengen van klachten, het uitvoeren van onderdelen van diagnostiek in opdracht van de diagnosticus, en het bieden van gespecialiseerde behandeling na de diagnose.
Deze strikte scheiding van taken en verantwoordelijkheden dient meerdere doelen. Ze beschermt de cliënt tegen onjuiste of voorbarige conclusies, waarborgt dat de complexe diagnostiek plaatsvindt met de juiste kennis van psychopathologie, differentialdiagnose en mogelijke somatische oorzaken, en houdt de verantwoordelijkheid voor dit ingrijpende medische oordeel bij de hoogst opgeleide professionals in de keten. Het begrip van deze verdeling is fundamenteel voor een transparante en verantwoorde ggz-praktijk.
De wettelijke bevoegdheid: welke beroepsgroepen zijn gerechtigd?
In Nederland is het stellen van een psychiatrische of psychologische diagnose geen vrijblijvende handeling, maar een wettelijk gereguleerde medische handeling. Het recht om een dergelijke diagnose te stellen is primair gebaseerd op de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).
De enige beroepsgroep die krachtens de Wet BIG uitdrukkelijk en onafhankelijk bevoegd is om diagnoses te stellen, zijn artsen. Binnen de GGZ vallen hieronder in de eerste plaats psychiaters (artsen die zijn ingeschreven in het specialistenregister voor psychiatrie). Ook huisartsen stellen regelmatig eerste diagnoses, vaak in samenwerking met de specialistische GGZ.
Andere hoogopgeleide GGZ-professionals, zoals klinisch psychologen en gz-psychologen, verkrijgen hun diagnostische bevoegdheid via een delegatie van een behandelend arts. Deze arts blijft eindverantwoordelijk. Deze delegatie is vastgelegd in de beleidsregel diagnostiek en behandeling psycholoog en vereist een specifieke opleiding, registratie in het kwaliteitsregister en een werkrelatie met een arts. Zij voeren dus diagnostiek uit onder medeverantwoordelijkheid van een arts.
Voor psychotherapeuten (die tevens vaak gz-psycholoog of klinisch psycholoog zijn) geldt een vergelijkbaar principe: zij zijn bevoegd tot diagnostiek binnen hun eigen deskundigheidsgebied, eveneens onder verantwoordelijkheid van een arts.
Het is essentieel om onderscheid te maken tussen het stellen van een officiële (classificerende) diagnose en het uitvoeren van diagnostisch onderzoek. Andere professionals, zoals orthopedagogen-generalist, gezondheidszorgpsychologen of ervaringsdeskundigen, kunnen waardevolle diagnostische gegevens verzamelen en analyses maken, maar het officiële diagnostische oordeel (bijvoorbeeld het vaststellen van een DSM-5- of ICD-11-classificatie) komt toe aan de hierboven genoemde bevoegde beroepsgroepen.
Samenvattend ligt de wettelijke grondslag bij de (psychi)ater, die deze taak kan delegeren aan gekwalificeerde en geregistreerde psychologen. Deze strikte regelgeving heeft als doel de kwaliteit, betrouwbaarheid en veiligheid van de diagnostiek in de GGZ te waarborgen.
Het diagnostisch proces: van intakegesprek tot classificatie volgens de DSM-5
Het stellen van een psychiatrische diagnose is een zorgvuldig en stapsgewijs proces, uitgevoerd door een daartoe bevoegde professional zoals een psychiater, klinisch psycholoog of GZ-psycholoog. Het doel is niet enkel het plakken van een etiket, maar het verkrijgen van een nauwkeurig en bruikbaar beeld van de klachten om een passend behandelplan op te stellen.
De eerste cruciale stap is het uitgebreide intakegesprek. Hierin wordt de hulpvraag van de cliënt in kaart gebracht. De professional verzamelt informatie over de huidige symptomen, hun duur, ernst en impact op het dagelijks functioneren. Een ontwikkelingsanamnese, familieanamnese en sociaal-psychiatrische evaluatie zijn essentieel om context te begrijpen.
Gelijktijdig wordt een differentiaaldiagnose overwogen. Dit betekent dat de professional actief alternatieve verklaringen voor de symptomen onderzoekt. Lichamelijke aandoeningen, het gebruik van middelen of andere psychische stoornissen met overlappende kenmerken moeten worden uitgesloten. Soms is aanvullend onderzoek, zoals lichamelijk onderzoek of psychologisch testonderzoek, nodig.
De verzamelde informatie wordt systematisch getoetst aan de criteria van de DSM-5. Deze classificatie biedt een gemeenschappelijke taal. De professional bepaalt of de symptomen voldoen aan de vereiste criteria voor een specifieke stoornis, inclusief de duur en de uitsluiting van andere oorzaken. Het gaat hierbij om een klinische oefening; de DSM-5 is een leidraad, geen algoritme.
Belangrijk is de multiaxiale benadering, die nu geïntegreerd is in de DSM-5. Naast de hoofddiagnose wordt gekeken naar psychosociale en contextuele factoren, en het niveau van functioneren. Dit leidt tot een geïndividualiseerde casusformulering die meer omvat dan enkel de classificatie. Deze formulering verbindt de diagnose met de behandeldoelen.
Het proces culmineert in een diagnostische conclusie die met de cliënt wordt besproken. Deze feedback is fundamenteel. De professional legt de bevindingen uit, bespreekt de classificatie en de onderliggende redenatie. Dit gesprek is collaboratief en vormt de basis voor gezamenlijke besluitvorming over de vervolgstappen in de behandeling.
Veelgestelde vragen:
Mag mijn huisarts de diagnose van een psychische stoornis, zoals een depressie, stellen?
Ja, dat mag. Huisartsen zijn vaak het eerste aanspreekpunt en beoordelen regelmatig klachten die op een psychische stoornis kunnen wijzen. Zij kunnen een initiële diagnose stellen en de behandeling starten, bijvoorbeeld met ondersteunende gesprekken of medicatie. Voor complexere of ernstigere aandoeningen, of wanneer behandeling onvoldoende aanslaat, zal de huisarts meestal doorverwijzen naar een gespecialiseerde GGZ-professional, zoals een klinisch psycholoog, psychiater of psychotherapeut. Deze specialisten doen doorgaans een uitgebreider diagnostisch onderzoek voordat zij een definitieve classificatie vaststellen.
Wie is er binnen de GGZ bevoegd om de officiële diagnose ADHD te geven?
De bevoegdheid voor het stellen van een ADHD-diagnose ligt bij specifiek opgeleide zorgverleners. Dit zijn in de praktijk vaak psychiaters, klinisch psychologen of gespecialiseerde GZ-psychologen. De diagnose wordt nooit op basis van één kenmerk of een kort gesprek gesteld. Het proces omvat meestal meerdere gesprekken met de patiënt, vaak aangevuld met vragenlijsten en informatie van derden (zoals ouders of een partner). Soms wordt ook een psychologisch testonderzoek gedaan. De bedoeling is om andere oorzaken voor de klachten uit te sluiten en een volledig beeld te krijgen van de persoon en zijn functioneren.
Kan een psycholoog in zijn eigen praktijk elke diagnose stellen, of zijn daar regels voor?
Er zijn duidelijke regels en professionele kaders. Een basispsycholoog of eerstelijnspsycholoog mag veelvoorkomende diagnoses zoals een milde depressie of angststoornis stellen. Voor complexere of zeldzamere aandoeningen, zoals psychosen, persoonlijkheidsstoornissen of bipolaire stoornis, is gespecialiseerde expertise nodig. Deze diagnoses worden gesteld door psychologen met een vervolgopleiding (zoals klinisch psycholoog of gezondheidszorgpsycholoog) of door psychiaters. Daarnaast moet elke diagnose voldoen aan de criteria van internationale classificatiesystemen, voornamelijk de DSM-5. De behandelaar is verantwoordelijk voor het zorgvuldig volgen van dit diagnostisch protocol en moet zijn bevindingen kunnen onderbouwen.
Vergelijkbare artikelen
- Wie kan de diagnose ADD stellen
- Welke psychologen mogen een diagnose stellen
- Kan een huisarts een diagnose stellen
- Kan een psychiater een diagnose stellen
- Wie mag een psychische diagnose stellen
- Kan een psycholoog een diagnose stellen
- Wie kan een burn-out diagnose stellen
- Wie mag een ADHD-diagnose stellen
Recente artikelen
- Moeite met intimiteit en het Verlating-schema
- Vrijwilligerswerk doen vanuit je Gezonde Volwassene
- Overmatige zorgzaamheid en het Zelfopoffering-schema
- Werken met het volwassen heden bij herbelevingen
- Hoe reageren op respectloos gedrag
- Kunnen neurodivergente mensen verpleegkundigen zijn
- Wat is een ongezonde vriendschap
- Wat houdt traumagerichte zorg voor zorgprofessionals in

